Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/274

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

laf heid als van hun sluwheid getuigde, zonder eenig verlies hun marsch tien mijlen ver voort, en sloegen op een ongemeen sterk punt hun legerplaats op. Van hier uit berokkenden zij met hun ruiters en voetknechten, die zij hier en daar in hinderlaag legden, den Romeinen bij hun fourageeren dikwijls groote verliezen.

17. Na velerlei ongevallen van dezen aard vernam Caesar van een krijgsgevangene, dat Correus, de aanvoerder der Bellovakers, zes duizend der dapperste voetknechten en duizend ruiters uit de gansche ruiterij had uitgekozen, om hen op een punt in hinderlaag te leggen, waar de Romeinen, zooals hij vermoedde, wegens den overvloed van koren en voeder, leeftocht zouden komen halen. Op dit bericht rukte Caesar met meer legioenen dan gewoonlijk uit, maar de ruiterij zond hij op de gewone wijze tot bedekking der fourageerende troepen vooruit, terwijl hij er lichte hulptroepen tusschenvoegde. Hijzelf kwam met de legioenen zoo spoedig mogelijk na.

18. De vijanden, in hinderlaag gelegerd, hadden, om de voorgenomen overrompeling uit te voeren, een open veld uitgekozen, dat zich in geen enkele richting verder dan een mijl uitstrekte en aan alle kanten deels door bosschen deels door een zeer moeilijk over te steken rivier was ingesloten. Dit veld hadden zij heimelijk met troepen als bij een drijfjacht omringd. De onzen, onderricht van het plan der vijanden, kwamen, strijdlustig en slagvaardig, daar zij in vertrouwen op de hen onmiddellijk volgende legioenen geen gevecht zouden afwijzen, bij escadrons op de vlakte. Bij hun naderen achtte Correus het oogenblik gekomen, den beslissenden slag te slaan; hij vertoonde zich eerst met weinig volk en deed een aanval op de dichtstbij zijnde escadrons. De onzen hielden vastberaden den aanval uit de hinderlaag uit en drongen zich niet troepsgewijze op één punt op elkan-