zij, met verlies van het grootste deel hunner troepen, deels door de bosschen, deels door de rivier. Toch werden ook zij op de vlucht door de onzen heftig vervolgd en afgemaakt. Correus ondertusschen, door al dat ongeluk niet verslagen, liet zich niet bewegen het slagveld te verlaten en in de bosschen te vluchten, of zich op onze opeisching over te geven; veeleer ging hij voort met de grootste dapperheid te strijden en velen te verwonden, totdat hij de verbitterde overwinnaars dwong, de werpschichten op hem te slingeren.
20. Na zoodanig een uitslag schreed Caesar voort op de pas geopende baan der overwinning. In de hoop, dat de vijand op het bericht van een zoo groote ramp zijn legerplaats zou verlaten, die slechts, zooals men zeide, ongeveer acht mijlen van het slagveld was verwijderd, ging hij, ofschoon de overgang moeilijk was, toch met zijn leger de rivier over en rukte voorwaarts. Middelerwijl waren in het vijandelijk kamp de weinige vluchtelingen, die, dank zij de bescherming der bosschen aan den ondergang waren ontkomen, met wonden bedekt, plotseling verschenen. Op het vernemen van de nederlaag, nu alles tegenliep. Correus gedood en de ruiterij en de kern van het voetvolk verloren was, en in de meening, dat de Romeinen in aantocht waren, werd spoedig door trompetgeschal een vergadering bijeengeroepen. Eenstemmig riepen allen, de Bellovakers en de andere stammen, dat men gezanten en gijzelaars aan Caesar moest zenden.
21. Dit besluit werd onder algemeene instemming genomen. Commius de Atrebaat vluchtte naar de Germanen, van wie hij voor dezen oorlog hulptroepen had geleend. De anderen zonden onverwijld gezanten tot Caesar en baden hem, met de bestraffing zijner vijanden tevreden te zijn, die hij overeenkomstig zijn goedertierenheid en menschlie-