Caninius, met de stad geheel met versterkingswerken in te sluiten, ten einde niet buiten staat te zijn de voltooide linie te verdedigen, of om niet de meeste punten slechts met zwakke posten te kunnen bezetten.
35. Na een grooten voorraad graan bijeengebracht te hebben, legerden Drappes en Lucterius zich niet verder dan tien mijlen van de stad, om van daar langzamerhand de proviand binnen te brengen. Zij verdeelden onder hen beiden de taak aldus: Drappes bleef met een deel der troepen ter bescherming van de legerplaats achter; Lucterius bracht een troep beladen lastdieren naar de stad. Na op den weg wachtposten te hebben geplaatst, maakte hij omtrent het tiende uur van den nacht[1] door bosschen en langs sluipwegen de stad te brengen. Onze wachten in de legerhet gedruisch en de uitgezonden patrouilles er voorviel. Snel overviel nu Caninius met de gewapende cohorten uit de naaste bastions de proviandkolonne tegen het aanbreken van den dag. Deze geraakte aanstalten, om proviand in de plaats hoorden berichtten, wat door den plotselingen overval in verwarring en vlood uiteen naar hare gewapende bedekking. Toen de onzen deze gewapende manschappen zagen, stormden zij met nog grooter onstuimigheid op deze in en lieten geen gevangene het leven. Lucterius ontkwam met eenige weinigen, doch keerde niet in de legerplaats terug.
36. Na dit gelukkig volbrachte wapenfeit vernam Caninius van de krijgsgevangenen, dat het andere deel der troepen onder Drappes slechts twaalf mijlen verwijderd stond in de legerplaats. Deze mededeeling werd hem door meerderen bevestigd. Ofschoon hij zag, dat na de nederlaag van den eenen aanvoerder 't gemakkelijk
- ↑ 's Morgens tusschen drie en vier uur.