Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/290

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

werken rollen, terwijl zij te gelijker tijd een hevigen uitval deden, om de Romeinen door dezen gevaarlijken aanval van het blusschen af te houden. Spoedig stonden de werken in fellen brand, want de langs de steile helling naar beneden rollende vaten werden gestuit door de schutdaken en den dam en staken nu juist alles aan, waardoor zij werden opgehouden. Schoon onze troepen van den gevaarlijken aard van den aanval en het ongunstige terrein hadden te lijden, hielden zij 't toch met den grootsten moed uit. Immers de strijd werd op een hoog gelegen punt onder de oogen van ons geheele leger gevoerd. Op beide zijden verhief zich alzoo een groot geschreeuw. Een ieder zocht zich zoo in 't oog loopend mogelijk aan de werpspiesen der vijanden en aan de vlammen bloot te stellen, om zijn dapperheid des te zichtbaarder en te duidelijker te toonen.

43. Toen Caesar zag, dat er zeer velen der zijnen verwond werden, liet hij de cohorten van alle zijden tegen de stad den berg oprukken en overal een geschreeuw aanheffen, alsof zij de muren wilden overmeesteren. Hierdoor waren de belegerden zeer verschrikt en in de onzekerheid van hetgeen op de andere punten gebeurde, riepen zij hun troepen van den aanval op onze belegeringswerken terug en verdeelden die op de muren. Zoo werd het gevecht, afgebroken, en toen bluschten de onzen snel de door de vlammen aangetaste werken, of maakten er een opening in. De belegerden bleven hardnekkig weerstand bieden en volhardden bij hun besluit, zelfs toen een groot deel der hunnen van dorst was omgekomen, totdat eindelijk door de onderaardsche gaugen de bron was afgegraven en afgeleid. Daardoor werd plotseling de altijd water gevende bron droog, hetgeen de belegerden in zulk een staat van vertwijfeling bracht, dat zij dit niet voor menschenwerk,