daarom veel beklagenswaardiger en harder dan dat van alle anderen, omdat zij alleen niet eens in stilte durfden klagen, of om hulp vragen en voor de wreedheid van Ariovistus, ook in zijn afwezigheid, sidderden, alsof hij voor hen stond. Want de anderen konden nog vluchten, maar de Sequaners moesten, daar zij Ariovistus in hun land, hadden opgenomen en al hun steden in zijn macht waren, zich alle mishandelingen laten welgevallen".
33. Hierop sprak Caesar den Galliërs moed in en beloofde hun, dat hij zich de zaak zou aantrekken; hij had er goede hoop op, dat Ariovistus, uit aanmerking van Caesars goede diensten en uit eerbied voor zijn persoon, er zich toe zou laten bewegen een eind aan zijn gewelddadigheden te maken. Met deze woorden liet hij de vergadering uiteengaan. Bovendien dreven vele andere redenen Caesar aan, deze zaak ter harte te nemen en aan te vatten; vooral, omdat hij de Haeduërs, die de senaat zoo dikwijls vrienden en broeders genoemd had, in slaafsche afhankelijkheid van de Germanen zag en vernam, dat Ariovistus en de Sequaners gijzelaars van hen hadden, wat hij, bij de uitgebreidheid van Rome's heerschappij, voor zich en voor het Romeinsche volk voor de grootste schande hield. Verder erkende hij een groot gevaar voor Rome erin, als de Germanen zich er langzamerhand aan gewenden over den Rijn te trekken en een groote massa Germanen zich in Gallië vestigden. Ook geloofde hij niet, dat deze wilde barbaren, als zij eenmaal in het bezit van geheel Gallië waren, zich zouden laten weerhouden, om, zooals vroeger de Kimbren en Teutonen hadden gedaan, in de provincie binnen te dringen en vandaar naar Italië te ijlen, vooral daar slechts de Rhodanus de provincie van de Sequaners scheidt. Dit gevaar meende hij onverwijld te moeten afwenden. Ariovistus was bovendien zoo overmoedig en aanma-