gansche ruimte, die niet breeder dan 600 voet is, in, zóó dat de oevers der rivier aan beide kanten den voet van den berg raken. Een muur omringt hem, welke hem tot een burcht maakt en met de stad vereenigt. Hierheen marcheerde Caesar in groote marschen bij dag en bij nacht, nam de stad in bezit en legde er een bezetting in.
39. Terwijl Caesar enkele dagen bij Vesontio, om de verpleging en den toevoer te regelen, vertoefde, maakte zich, ten gevolge der navorschingen van de onzen en door de praatjes der Galliërs en der kooplieden, die uitbazuinden, dat de Germanen reusachtig groot van gestalte waren, ongeloofelijk dapper, geoefend in de wapens (zij hadden in de vele gevechten met hen niet eens de uitdrukking van hun gelaat en hun vurigen blik kunnen verdragen), een zoo groote schrik plotseling van het geheele leger meester, dat aller hoofden en zinnen in niet geringe mate in de war geraakten. Deze vrees vertoonde zich het eerst bij de krijgstribunen, praefecten en anderen, die Caesar slechts uit vriendschap uit Rome gevolgd waren en maar weinig van het handwerk van den krijg verstonden. De een voerde dezen, de ander een anderen grond aan voor een noodzakelijk vertrek, waartoe zij Caesar verlof vroegen; sommigen bleven achter uit eergevoel, om de verdenking van lafheid te ontgaan; zij konden echter hun gelaat niet beheerschen en nu en dan hun tranen niet bedwingen; in hun tenten verscholen beklaagden zij òf hun lot, òf jammerden met hun vertrouwden over het gemeenschappelijk gevaar. Overal in het geheele leger werden testamenten gemaakt. Door hun praatjes en hun versaagdheid geraakten ook allengs zij, die groote ervaring van den krijg hadden, in onrust, de centurio's en de aanvoerders der ruiterij. Diegenen van hen, die nog voor het onverschrokkenst wilden doorgaan, wendden voor, dat niet de vijand