een vrij eng dal, waaraan een vlakte zich aansluit, van alle kanten door hooge bergen ingesloten. Een rivier deelt het vlek in tweeën; het eene deel liet Galba over aan de Galliërs om te overwinteren, het andere, dat door hen was ontruimd, wees hij toe aan zijn cohorten, en deze plaats versterkte hij met een wal en een gracht.
2. Reeds was men verscheiden dagen in de winterkwartieren en had Galba bevolen daar het graan in te leveren, toen hij plotseling door zijn kondschappers vernam, dat alle Galliërs in den nacht het hun ingeruimde deel van het vlek hadden verlaten en de beheerschende bergen door de Seduners en Veragrers met zeer veel volk waren bezet. Tot dit besluit der Galliërs, om plotseling den oorlog weder te beginnen en het legioen te overvallen, hadden verschillende gronden medegewerkt. Vooreerst zagen zij met minachting neer op het legioen wegens zijn geringe sterkte. Want het was niet eens geheel voltallig, daar er twee cohorten en nog meerdere afzonderlijke, om proviand uitgezonden, afdeelingen aan ontbraken; dan geloofden zij, dat wij, wanneer zij van de hoogten af op ons in het dal losstormden en werpspiesen op ons wierpen, wegens de ongelijkheid der stelling zelfs hun eersten aanval niet zouden kunnen weerstaan. Daarbij kwam de smart, dat men hun hun kinderen als gijzelaars had ontrukt en de vaste overtuiging, dat de Romeinen niet alleen wegens den vrijen doortocht de Alpenhoogten wilden bezetten, maar ook om ze voor altijd in hun macht te hebben en deze streken met de naburige provincie te vereenigen.
3. Op de ontvangst van deze tijdingen riep Galba snel een krijgsraad bijeen, ten einde diens gevoelen te vernemen. Want de aanleg van het winterkwartier en de versterkingen waren nog niet geheel voltooid en men had zich ook niet voldoende voorzien van graan en van andere behoeften,