Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/79

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

fortuin niet verder beproeven. Hij vergeleek het voornemen, waarmee hij in de winterkwartieren gekomen was, met de geheel andere verhoudingen, die hij had aangetroffen. Hij stak nu den volgenden dag, vooral door gebrek aan koorn en anderen toevoer daartoe geleid, het geheele vlek in brand en bespoedigde zijn terugkeer naar de provincie. Zonder dat een vijand het verhinderde, of hem op zijn marsch ophield, voerde hij het legioen zonder verlies in het gebied der Nantuaten en van daar in dat der Allobrogen, waar hijzelf de winterkwartieren betrok.

7. Na deze gebeurtenissen had Caesar allen grond te gelooven, dat Gallië was bevredigd: de Belgen waren overwonnen, de Germanen er uit verdreven, de Seduners in de Alpen overwonnen. En zoo begaf hij zich met het begin van den winter naar Illyrië, om ook die volken te bezoeken en het land te leeren kennen. Daar brak plotseling opnieuw de krijg in Gallië uit. De oorzaak daarvan was het volgende. De jonge Publius Crassus had met het zevende legioen in de onmiddellijke nabijheid van den Oceaan in het gebied der Anden de winterkwartieren betrokken. Wegens gebrek aan graan in deze streken zond hij verscheidene prefecten en krijgstribunen naar de naburige staten om levensmiddelen te halen; onder anderen werd Titus Terrasidius naar de Esubiërs, Trebius Gallus naar de Coriosolieten, Quintus Velanius met Titus Silius naar de Veneters gezonden.

8. Deze staat der Veneters genoot verreweg het grootste aanzien op dat geheele kustgebied. Want de Veneters hebben de meeste schepen, waarmee zij regelmatig naar Britannië varen, terwijl zij als kundige en geoefende zeelui allen overtreffen. Bovendien zijn bijna alle zeevaarders daar hun schatplichtig, omdat zij de weinige havens, die zich aan die stormachtige en open kusten bevinden, in