55 met vijf jaar verlengd; doch het uitbreken van den burgeroorlog veroorloofde hem niet, het tiende jaar in de provincie te blijven. De gedenkschriften nu (commentarii) van den Gallischen oorlog verhalen de geschiedenis der eerste zeven jaren van zijn stadhouderschap en werden door den schrijver zelven in 51 openbaar gemaakt, toen hem gelast werd zijn leger te ontbinden en ter verantwoording naar Rome te komen. Die over den burgeroorlog beginnen met den 1en Januari 49. In dit werk, geschreven na den burgeroorlog, wijkt Caesar af van de in den „ Gallischen oorlog" gevolgde behandeling, om in ieder boek een jaar te beschrijven, want de eerste twee boeken verhalen de gebeurtenissen van 49, het derde die van 48, terwijl het sluit met het begin van den Alexandrijnschen oorlog.
Uit beide werken van den grooten man straalt een helder, nuchter verstand en een ijzeren wilskracht ons tegen. Klaar en eenvoudig is de voorstelling, in een objectieven toon, waarin Caesar als een vreemd toeschouwer van de gebeurtenissen spreekt. Eenvoudig de taal, vrij van alle ongewone, zoowel ouderwetsche als vulgaire, uitdrukkingen. Maar zoo kunsteloos en eenvoudig de vorm is, zoo rijp overwogen is de inhoud. „ Zonder ooit plomp de waarheid te verkorten, verstaat de vervaardiger meesterlijk de kunst, de daadzaken tot een geheel te groepeeren en op de rechte plaats te zwijgen; zonder ooit in pocherij te vervallen, of ook slechts den schijn van objectiviteit op te geven, weet hij zijn persoon en verdienste op ' t voortreffelijkst in 't licht te plaatsen, zijn handelen als gerechtvaardigd, zijn beweeggronden als zuiver voor te stellen"[1]. Het midden houdende tusschen een eigenlijke geschiedenis en een eenvoudig dagboek beoogen de commentariën een staat-
- ↑ Teuffel, Geschichte der Römischen Literatur.