men de touwen, die de raas aan de masten bevestigden, trok ze strak aan en sneed ze stuk, terwijl het schip snel werd voortgeroeid. Waren de touwen doorgesneden, dan moesten de raas naar beneden vallen, zoodat, daar alles bij de schepen der Galliers op de zeilen en de takelage aankomt, op eens het schip geheel buiten gebruik was gesteld. De uitslag van het treffen hing nu af van de dapperheid, waarin onze soldaten de vijanden ver overtroffen, en dat te meer, omdat de slag onder de oogen van Caesar en het gansche leger plaats vond, zoodat geen eenigszins koene daad verborgen kon blijven. Want alle heuvels en hoogten, van waar men een uitzicht had op de naburige zee, waren door onze troepen bezet. 15. Zoodra nu, als gezegd, de raas naar beneden gerukt waren, omringden twee of drie van onze schepen een vijandelijk vaartuig, en onze soldaten spanden zich dan met alle kracht in, er op over te gaan. Toen de vijanden dat bemerkten en na het verlies van verscheiden schepen geen middel daartegen wisten te vinden, zochten zij ijlings hun heil in de vlucht. En reeds hadden zij de schepen naar den wind gekeerd, of er ontstond plotseling zulk een volkomen windstilte, dat zij zich niet van hun plaats roeren konden. Deze omstandigheid kwam ons uitmuntend te stade, om aan de zaak een eind te maken; want de onzen vervolgden en veroverden het eene schip na het andere. Slechts weinige schepen van de geheele vloot bereikten door het aanbreken van den nacht de kust. De slag had ongeveer van de vierde ure[1] tot zonsondergang geduurd.
16. Met dezen slag eindigde de oorlog tegen de Veneters en het gansche kustgebied. Want niet slechts de geheele
- ↑ Tien uur 's morgens ongeveer.