Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/87

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

beweeggrond van Sabinus' handelwijze was, dat een legaat, voornamelijk in afwezigheid van den opperbevelhebber, met een zoo groote vijandelijke overmacht slechts op gunstig terrein, of wanneer zich een gunstige gelegenheid biedt den strijd moet aanbinden.

18. Toen hij de vijanden in deze meening van zijn vrees had versterkt, koos hij een geschikten en slimmen Galliër uit de Gallische hulptroepen, dien hij door groote belooningen en beloften overhaalde tot den vijand over te gaan en dien hij omtrent zijn bedoelingen onderrichtte. Deze kwam nu als een overlooper tot hen, schilderde de vrees der Romeinen, zette uiteen, in welk een hachelijken toestand Caesar zelf door de Veneters werd gebracht, en vertelde hun, dat er haast niet aan viel te twijfelen, of Sabinus zou in den volgenden nacht met zijn troepen heimelijk het legerkamp verlaten en Caesar te hulp ijlen. Op dit bericht riepen allen, dat men zulk een gunstige gelegenheid om een goeden slag te slaan niet mocht laten voorbijgaan, dat men de legerplaats moest aangrijpen. Vele gronden werkten mede, om de Galliërs dit besluit te doen nemen: het talmen van Sabinus in de vorige dagen, de verzekeringen van den overlooper, het gebrek aan levensmiddelen, waarvoor zij zoo weinig gezorgd hadden, de hoop, die zij stelden op den krijg der Veneters, en eindelijk, omdat de menschen in den regel gaarne gelooven, wat zij wenschen. Viridorix en de overige aanvoerders lieten zij niet eerder uit den krijgsraad gaan, voordat zij hun inwilliging hadden gegeven, om de wapenen op te nemen en tegen het kamp op te rukken. Na hun toestemming trokken de vijanden jubelend en als van de overwinning zeker, met rijshout en struiken beladen, om de grachten der Romeinen dicht te werpen, op de legerplaats los.

19. Het kamp stond op een hoogte, die ongeveer over