Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/9

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

kundig doel. Zij zijn een gelegenheids- en partijgeschrift. Zouden de gedenkschriften van den burgeroorlog het bewijs leveren, dat Caesar alles had gedaan, wat in zijn vermogen stond om den burgerkrijg te vermijden, de mémoires over den Gallischen oorlog moesten, kort vóór den burgeroorlog, het volk toonen, wat hij voor de grootheid van het Romeinsche volk had verricht, welk een zware taak hij had volbracht en waartoe hij verder in staat zou blijken.

Uit het oogpunt van objectiviteit staan zijn gedenkschriften van den burgeroorlog lager dan die van den Gallischen krijg, waarin hij, niettegenstaande het opgemerkte, een over 't geheel betrouwbaar beeld der gebeurtenissen geeft. Caesars schriftelijke arbeid is door anderen voortgezet. De twee laatste jaren van den Gallischen krijg zijn beschreven door den legaat Aulus Hirtius en worden als achtste boek aan de gedenkschriften van dezen oorlog toegevoegd. Van den Alexandrijnschen oorlog, bevattende de gebeurtenissen van 47, den Afrikaanschen, behelzende die van 46, en den Spaanschen oorlog van 45 zijn de auteurs onbekend, al meenen velen in eerstgenoemd werk den schrijver van het toevoegsel tot den Gallischen oorlog te herkennen.<ref>¹) Zie Schanz. Gesch. d. Röm. Literatur bij Müller. Handbuch d. klassischen Altertums-Wissenschaft, 1890. VIII, 1er Teil.
Behoudens een enkele ter plaatse aangeduide afwijking hield ik mij aan den tekst van Rudolf Menge (Gotha, Perthes). Verder raadpleegde ik de vertalingen van Köchly en Rüstow (Berlin, Langenscheidt) en van Oberbreijer (Leipzig, Reclam).