Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/95

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

VIERDE BOEK.




Caesar werpt de door de Sueben verdrongen Usipeten en Teukteren over den Rijn terug, slaat een brug over den Rijn en betreedt voor de eerste maal den Duitschen bodem. Daarna steekt hij naar Britannië over (55 v. Chr.).


1. In den volgenden winter[1] ― het was het consulaatsjaar van Gnaeus Pompejus en Marcus Crassus — gingen de Usipeten en de Teukteren. Germaansche stammen, in groote menigte over den Rijn, niet ver van zijn uitmonding in zee. De oorzaak daarvan was, dat zij, verscheiden jaren door de Sueben verontrust, van den oorlog te lijden hadden en in den rustigen akkerbouw werden verhinderd. De Sueben zijn verreweg de grootste en krijgshaftigste natie van alle Germanen. Men zegt, dat zij honderd gauwen hebben, waaruit zij telken jare duizend gewapenden over de grenzen zenden, om krijgstochten te ondernemen. De anderen, die thuis blijven, zorgen voor het onderhoud van zich en van hen, die zijn uitgetrokken. Het jaar daarop trekken wederom op hun beurt de achtergeblevenen uit en blijven

  1. 56/55 v. Chr.