Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/96

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

de anderen thuis. Zoo verwaarloozen zij noch den landbouw, noch de kennis en de oefening van den oorlog. Eigen privaatgrondbezit bestaat bij hen niet; ook mag men niet langer dan een jaar op dezelfde plaats blijven wonen. Zij leven ook niet zoozeer van graan, maar grootendeels van de melk en het vleesch van hun vee; bovendien houden zij zich veel met de jacht bezig. Deze levenswijze staalt, zoowel door de soort van het voedsel als door de dagelijksche lichaamsoefeningen en de ongebonden vrijheid — want van kindsbeen af zijn zij aan plicht noch tucht gewend en doen zij volstrekt niets tegen hun zin — hun krachten en geeft hun deze reusachtige gestalte. En daarbij hebben zij zich gewend, zelfs in de koudste streken in de rivieren te baden en geen andere kleeding te dragen dan een dierenhuid, die wegens haar kortheid het lichaam toch grootendeels onbedekt laat.

2. Voor kooplieden staat hun land open, meer om den oorlogsbuit aan hen te verkoopen, dan om eenig artikel van invoer te bekomen. Ja zelfs vreemde paarden, die de Galliërs zoo gaarne hebben en die zij zich met groote kosten aanschaffen, gebruiken de Germanen niet, maar zij vergenoegen zich hun eigen inheemsche paarden, die, schoon slecht gebouwd en onaanzienlijk, door dagelijksche oefening in staat zijn het zwaarste werk te verrichten. Bij de ruitergevechten springen zij dikwijls van hun paarden en vechten te voet; hun paarden hebben zij afgericht om dan op dezelfde plaats te blijven staan, waarheen de ruiters zich, als de nood dringt, weer jlings terugbegeven. In hun oogen geldt niets voor schandelijker en weekelijker dan het gebruik van het zadel. Vandaar dat zij 't wagen, hoe weinigen in getal ook, de talrijkste schaar van ruiters op gezadelde paarden aan te vallen. De invoer van wijn is bij hen volstrekt verboden; want zij meenen, dat de men-