Naar inhoud springen

Pagina:Caesar, Gallische oorlog (vert. Doesburg, 1894).pdf/98

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

marcheerden drie dagmarschen; dan keerden zij echter om, legden dezen heelen weg met hun ruiterij in één nacht af en overvielen onvermoed en onvoorziens de Menapiërs, die, op het bericht hunner verspieders, dat de Germanen waren afgetrokken, zorgeloos over den Rijn naar hun dorpen waren teruggekeerd. Dezen werden nedergehouwen, en, na bemachtiging van hun schepen, staken de vijanden de rivier over, eer de Menapiërs aan deze zijde van den Rijn daar iets van wisten. Zij maakten zich nu ook meester van al hun hoeven en leefden de rest van den winter van den voorraad der overvallen vijanden.

5. Op het bericht van deze gebeurtenissen, meende Caesar, die de wankelmoedigheid van het Gallische karakter vreesde, die wist, hoe licht zij zich tot het nemen van besluiten laten bewegen en hoe zij bijna altijd tot opstand geneigd zijn, het niet op hen te moeten laten aankomen. Want het is bij de Galliërs gewoonte, reizigers, zelfs tegen hun wil, aan te houden en hen uit te vragen naar al wat zij maar gehoord of ervaren hebben. In de steden omringt het volk de kooplieden en dwingt hen, luide te vertellen, waar zij vandaan komen en wat zij voor nieuws vandaar meebrengen. Op zulke geruchten en verhalen afgaande, nemen zij dikwijls besluiten over de gewichtigste aangelegenheden, waarvan zij noodzakelijkerwijze op hetzelfde oogenblik berouw hebben, omdat zij zich door onzekere geruchten laten overhalen en de meeste reizigers hun de dingen voorliegen, zooals zij het juist willen hooren.

6. Daar Caesar deze gewoonte kende, vertrok hij vroeger dan gewoonlijk naar zijn leger, om een gevaarlijken krijg te voorkomen. Bij zijn aankomst vond hij zijn vermoedens bevestigd eenige staten hadden gezanten naar de Germanen gezonden en hen uitgenoodigd, het Rijngebied te verlaten; men zou hun allen gewenschten bijstand