Naar inhoud springen

Pagina:Centraal blad voor Israëlieten in Nederland vol 045 no 021 Mozes Mendelssohn.djvu/2

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

[d]ong. Spoedig werd hem het voorrecht van „Schutz-Jude” [v]erleend.
In 1767 schreef hij zijn Phaedo, een discours over de on[st]erfelijkheid. In 1783 gaf hij een vertaling van de Penta[te]uch.
Zijn huis was een ware tempel van den geest. Zijne lieve [v]rouw Vromet Guggenheim stond hem trouw ter zijde en was [i]n zijn salon het middelpunt van de geestige conversatie.
In 1768, juist even vóór de Fransche revolutie, die het volk, zijn volk, waarvoor hij zoo onvermoeid gestreden had, de emancipatie zou schenken, overleed Mozes Mendelssohn. Zijn geest heeft doorgewerkt, zijn vruchtbare pen, zijn rijke gaven des geestes hebben het nageslacht een schat van wetenschappelijke lectuur gelaten, die zijn nagedachtenis onsterfelijk heeft gemaakt.