Naar inhoud springen

Pagina:Coalitieakkoord-cda-pvda-cu.pdf/13

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

I. Een actieve internationale en Europese rol.

Nederland heeft van oudsher een open en positieve houding tegenover de wereld en Europa. Die 'open geest' heeft ons welvaart, stabiliteit en een hoge kwaliteit van leven gebracht. Veel vraagstukken reiken over grenzen heen en raken steeds meer verknoopt. Economische ontwikkeling, bestrijding van armoede, energievoorziening, de noodzaak van een schoner milieu, veiligheid, kennisontwikkeling en verspreiding, ze hangen ten nauwste samen.

Daarom investeert Nederland uit overtuiging in versterking van de internationale samenwerking en rechtsorde en in duurzame ontwikkeling van landen waar armoede heerst. Daarom stelt Nederland zich actief op in internationale organisaties en in de Europese instellingen. Nederland wil zich blijven profileren als een constructieve en creatieve internationale partner. We zijn nodig voor de internationale veiligheid en saamhorigheid en voor een resultaatgericht Europa. Het kabinet zet zich in voor een sterk draagvlak voor de Europese samenwerking, in dialoog met de burgers.


Europa

1. Gestreefd wordt naar een wijziging en eventuele bundeling van de bestaande verdragen van de Europese Unie waarin subsidiariteit en democratische controle zeker gesteld worden en die zich in inhoud, omvang en benaming overtuigend onderscheidt van het eerder verworpen 'grondwettelijk verdrag'. Over deze en andere aspecten van die verdragswijziging(en) zal de Raad van State advies gevraagd worden. Nederland zet zich in Europees verband in voor een goede samenwerking met een heldere taakverdeling tussen de lidstaten en de Unie gebaseerd op het subsidiariteitbeginsel. In dat kader wordt ernaar gestreefd afspraken te maken over de verenigbaarheid van de interne markt-gedachte met de inrichting van publieke voorzieningen (o.a, pensioenen, sociale zekerheid, fiscaliteit, onderwijs en gezondheidszorg), en over meer Europese samenwerking op het gebied van versterking van de concurrentiekracht van de Europese economieën, grensoverschrijdende milieuproblemen, energiebeleid, asiel- en migratiebeleid, het externe beleid en de bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende en georganiseerde criminaliteit. De positie van de nationale parlementen met betrekking tot de subsidiariteitstoets moet worden versterkt (bijvoorbeeld met een 'rode kaartprocedure').

2. De Europese Unie heeft de afgelopen jaren een aanzienlijke uitbreiding ondergaan. Nu komt het erop aan om er eerst aan te werken dat de nieuwe landen geheel zijn geïntegreerd en dat de organisatie van de EU op de uitbreiding is toegesneden. Voor de huidige kandidaat-lidstaten geldt dat een toetredingsdatum pas wordt genoemd op het moment dat aan alle Kopenhagen-criteria is voldaan. Landen kunnen in aanvulling of vooruitlopend op het kandidaat-lidmaatschap van de EU beschikken over nieuwe statusvormen zoals het partenariaat.