Buitenlands beleid en defensie
3. Nederland blijft voorstander van een alomvattend akkoord voor het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Een dergelijk akkoord kan pas stand houden met veilige en erkende grenzen voor Israël en een levensvatbare Palestijnse staat. Nederland zal met partners in de VN en EU, maar ook actief bilateraal, een beleid voeren dat bijdraagt aan de bevordering van vrede en stabiliteit in de gehele regio.
4. Nederland stemt het veiligheidsbeleid af op de nieuwe situatie in de wereld en richt zich op vredesmissies, op bestrijding van terrorisme, op conflictpreventie en op wederopbouw. Een adequaat volkenrechtelijk mandaat is vereist bij deelname aan missies met inzet van Nederlandse militairen. Het z.g. Toetsingskader is leidraad bij de besluitvorming, waarbij parlementaire instemming is verzekerd.
5. Om operationele knelpunten op te heffen en om uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de commissie Staal zijn gerichte versterkingen van de capaciteit van de krijgsmacht nodig.
6. In 2007 wordt het Moll ten aanzien van JSF-testtoestellen ondertekend. In 2008 wordt de business case herijkt voordat in 2009 besluitvorming plaatsvindt over de contractondertekening voor de definitieve aanschaf van testtoestellen. Op basis van de herijking en van een vergelijking voor wat betreft prijs, kwaliteit en levertijd met mogelijke andere toestellen zal het kabinet in 2010 besluiten aan de Tweede Kamer voorleggen over vervanging van de F16 toestellen.
7. De nazorg voor uitgezonden militairen en voor veteranen wordt verbeterd. Er zal worden bezien of hiervoor wetgeving moet worden voorbereid.
Ontwikkelingssamenwerking
8. Europa moet zich sterk maken voor de positie van arme landen binnen internationale organisaties als de WTO. De ontwikkelingslanden moeten daarbij gestimuleerd en gefaciliteerd worden om veel sterker te gaan participeren in het wereldhandelsstelsel.
9. Binnen het ontwikkelingssamenwerkingbeleid zal er meer aandacht komen voor het realiseren van de zogenoemde Millennium Ontwikkelings Doelstellingen, voor het harmoniseren van bilaterale hulp en voor nieuwe Nederlandse initiatieven voor verdergaande schuldverlichting.
10. Er worden de komende kabinetsperiode bovenop de 0,8% BBP extra middelen voor ontwikkelingssamenwerking vrijgemaakt en geoormerkt voor duurzame energie.
11. Het ORET-instrumentarium zal worden aangepast teneinde de relevantie voor de potentiële MKB-doelgroep in Nederland en in ontwikkelingslanden te vergroten.