Onderwijs
Goed onderwijs is in het belang van leerlingen en van de samenleving. Ieder mens heeft talenten en mogelijkheden. Ontplooiing van talenten is waardevol voor mensen zelf en voor de samenleving. Niemand mag de school verlaten zonder afgeronde opleiding. Daarom vinden investeringen plaats in de kwaliteit van het onderwijs en wordt schooluitval stevig aangepakt. Nu de economie meer en meer een kenniseconomie wordt, komt er steeds meer behoefte aan goed opgeleide mensen. We willen tot de Europese top van wetenschappelijk onderzoek behoren. De top moet hoger, de basis breder. Ruimte geven aan het onderwijs voor betere kwaliteit, betekent vrijheid van keuze voor ouders en voor studenten. Onderwijsinstellingen krijgen meer mogelijkheden invulling te geven aan het onderwijs door vertrouwen te geven aan de professionals in het onderwijs, minder regels en minder toezicht.
1. De kwaliteit van ons onderwijs moet worden gegarandeerd. Wat leerlingen en studenten moeten kennen en kunnen aan het einde van hun leerloopbaan wordt duidelijk vastgelegd, evenals de maatschappelijke doelen van het onderwijs. Scholen krijgen meer ruimte voor de invulling daarvan. Ze leggen over resultaten verantwoording af aan ouders, studenten en minister. Als de kwaliteit te kort schiet moet de minister snel en effectief kunnen ingrijpen. Bij goed presteren van onderwijsinstellingen zal sprake zijn van vermindering van toezicht.
2. Scholen hebben recht op naleving en bescherming van hun grondslag en traditie.
3. Segregatie in het onderwijs moet worden bestreden. Zonder dat er sprake is van een acceptatieplicht, zal hier sterk op worden ingezet. Mede daarom wordt het recent in werking getreden onderwijsachterstandsbeleid voortvarend ten uitvoer gebracht, zal er versneld worden gewerkt aan gemengde stadswijken en wordt overleg tussen grote steden en randgemeenten over de gezamenlijke huisvestingsproblematiek gestimuleerd en gefaciliteerd. Om daarnaast te bevorderen dat elk kind gelijke kans heeft om op school te worden toegelaten, wordt er vanaf 2008 gewerkt met vaste aanmeldmomenten voor het primair onderwijs, eventueel aangevuld met een loting.
4. Het kleinschalig organiseren van scholen, eventueel binnen bestaande grootschalige verbanden, zal worden bevorderd. Tegen die achtergrond zal de fusieprikkel voor het voortgezet onderwijs worden afgeschaft.
5. Schoolboeken in het voortgezet onderwijs worden gratis. Financiering zal plaatsvinden via de lump-sum bekosting.
6. Het streven is te komen tot vermindering van de werkdruk en verhoging van de kwaliteit in het onderwijs. Hiervoor zal een actieplan mede gericht op de lange termijn worden geformuleerd. Een breed samengestelde commissie zal gevraagd worden daarvoor bouwstenen aan te leveren. Onderwerpen die daarbij in samenhang aandacht verdienen zijn: het lerarentekort, kwaliteit lerarenopleidingen, belonings- en functiedifferentiatie, loopbaanperspectief, omvang lestaak, hoeveelheid contacturen, ruimte voor individuele leerlingbegeleiding, onderwijsontwikkeling en professionaliteit docent, en ruimte voor maatwerk.
7. Bij de verdere uitwerking van plannen voor de integratie van zorgleerlingen in het regulier onderwijs zal rekening moeten worden gehouden met de mogelijkheden van scholen om leerlingen met een zware zorgvraag een plaats binnen de school te geven. De aanwezigheid van de daarvoor benodigde voorzieningen en voldoende expertise bij docenten is om die reden een belangrijke voorwaarde bij de uiteindelijke invoering.