4. Waar de mate van milieuvervuiling en milieubevordering onvoldoende in de marktprijzen tot uiting komt, zullen waar mogelijk positieve en/of negatieve financiële prikkels–heffingen, gedifferentieerde belastingen en (tijdelijke) subsidies–worden ingevoerd. Op die manier wordt duurzame productie en consumptie gestimuleerd. De noodzaak van een Europees gelijk speelveld zal hierbij niet uit het oog worden verloren. Uitgangspunt is dat heffingen pas aan de orde zijn als consumenten of bedrijven alternatieven voor hun milieubelastende gedrag hebben.
Ontwikkeling van de ruimte.
1. De ruimtelijke inrichting wordt in belangrijke mate lokaal bepaald. Het Rijk stelt structuurvisies op voor ruimtelijke ordeningsvraagstukken en projecten die het lokale en/of regionale niveau overstijgen. De nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening en de Nota Ruimte geven daartoe de mogelijkheden en definiëren ook de positie en verantwoordelijkheden van medeoverheden als het gaat om de inrichting van Nederland. Aanpassing aan de gevolgen van de klimatologische ontwikkelingen zullen een voorname rol spelen bij de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling.
2. Ruimtelijke projecten, zoals de ontwikkeling van de Nationale Landschappen, de mainport Schiphol, de Noord- en Zuidvleugel en de verdere ontwikkeling van Almere. Zuid-Oost Brabant en Noord Limburg worden in samenhang bezien met infrastructuur en (openbaar) vervoer. In plaats van het MIT komt er een Meerjarenprogramma Infrastructuur. Ruimte en Transport (MIRT).
3. Aan de mainportfunctie van de Rotterdamse haven wordt groot belang gehecht voor onze nationale economie. Goede achterlandverbindingen spelen hierbij een belangrijke rol. Het goederenvervoer over water en de innovatie van de binnenvaart zullen worden gestimuleerd. Hiervoor zullen extra middelen beschikbaar komen.
4. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit wordt verder uitgevoerd en waar mogelijk worden lokale knelpunten versneld aangepakt. 5. Plattelandsontwikkeling zal een hoge prioriteit krijgen gericht op een vitaal en veelzijdig platteland.
6. Behoud van voldoende voorzieningen in kleine kernen op het platteland wordt ondersteund. Met het oog op het behoud van een vitaal platteland wordt het mogelijk gemaakt dat plattelandsgemeenten voor de eigen bevolking kunnen bouwen. De Huisvestingswet zal hiervoor worden aangepast.
7. De Europese afspraken over de hervorming van het landbouwbeleid vormen het kader voor het Nederlandse beleid. Het kabinet zal zich er bij de mid-term review in 2008/2009 voor inzetten om de huidige Europese inkomenstoeslagen in de landbouw in de toekomst meer te koppelen aan het realiseren van maatschappelijke waarden, zoals voedselveiligheid en voedselzekerheid, het in stand houden van het landschap en de zorg voor milieu en dierenwelzijn. De financiering van deze toeslagen dient te geschieden binnen een communautair kader. De agrarische sector moet zich kunnen blijven ontwikkelen door het stimuleren van innovatie, diversificatie, en biologische landbouw, en het beheer van natuur en landschap.