Deze pagina is proefgelezen
oplossingen te vinden voor de aanpak van de problematiek van de onderkant van de arbeidsmarkt en de begeleiding van moeilijk bemiddelbare groepen naar de arbeidsmarkt. Daarbij zal in ieder geval aandacht worden besteed aan:
a. Varianten van werk voor mensen die anders langdurig op een uitkering zijn aangewezen:
- i. Participatiebanen;
- ii. Participatieplaatsen;
- iii. Brugbanen;
- iv. Opstapbanen en
- v. Investeringsbanen.
b. De ontwikkeling van een markt voor persoonlijke dienstverlening;
c. Vormgeving van loonkostensubsidies aan werkgevers en/of loonaanvullingen aan werknemers.
d. De toekomst van de WSW.
De centrale vraag is hoe deze arrangementen mensen die anders moeilijk zijn in te schakelen op de arbeidsmarkt toch toegang daartoe kunnen bieden of hen in staat stellen zich op andere wijze maatschappelijk nuttig te maken. Ook zal aandacht dienen te worden besteed aan de uitvoeringsaspecten onder andere in relatie tot de WWB de WSW. Tevens zullen in de context van een beoogde verschuiving van baan- en uitkeringszekerheid naar werk- en inkomenszekerheid aan de orde moeten komen de thema's arbeidsmarktbeleid, scholing en opleidingen (employability). WW en flexibilisering en de betekenis van het ontslagrecht daarvoor.
Om participatie te bevorderen zullen voorts de volgende maatregelen worden genomen:
1. Wij willen de AOW ook in de toekomst welvaartsvast houden. Daarvoor is allereerst nodig dat zoveel mogelijk mensen zo lang mogelijk doorwerken. Met respect voor de keuzevrijheid van ouderen vragen wij aan ouderen met een relatief hoger inkomen hun steentje bij te dragen aan de financiering van een welvaartsvaste AOW door ofwel langer door te werken (tot aan hun 65e) ofwel het betalen van een extra heffing. Van iedereen die na 1945 geboren is zal vanaf 2011 een bijdrage naar draagkracht worden gevraagd om ook in de toekomst een welvaartsvaste AOW te garanderen. Dat doen we in de vorm van een heffing die jaarlijks wordt verhoogd met 0.6% totdat in 2040 het maximum van 17.9% wordt bereikt. Deze heffing wordt naar draagkracht geheven over het aanvullende pensioen boven de 18.000 euro tot het maximum van de tweede schijf[1]. Bij doorwerken tot 65 jaar komt deze fiscale bijdragen per saldo te vervallen. Voor iedere maand die iemand na zijn 63e doorwerkt ( met een jaarinkomen boven de 31.000 euro) wordt een arbeidsbonus verkregen[2]. Aldus staat het maximale voordeel van de bonus bij doorwerken tot 65 jaar gelijk aan de bovengenoemde heffing. Bij doorwerken tot 65 jaar bedraagt de heffing per saldo dan nul (pro rato opbouwen in twee jaar). Met sociale partners zal in overleg worden getreden over de volgende uitvoeringsaspecten van deze regeling: inkomsten uit onderneming en zware beroepen.