Naar inhoud springen

Pagina:Coalitieakkoord-cda-pvda-cu.pdf/33

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

V. Veiligheid, stabiliteit en respect

Veiligheid is een kerntaak van de overheid en een basisvoorwaarde voor een samenleving waarin mensen zich vertrouwd, vrij en verbonden voelen. De criminaliteit neemt de laatste jaren af. Die trend moet worden voortgezet. Het terugdringen van het aantal geweldsdelicten is echter nog onvoldoende gelukt en verdient daarom een stevige extra investering. Nederland moet nog veiliger. De aandacht voor het tegengaan van terrorisme en radicalisering mag niet verslappen. De bestrijding van fraude, financieel-economische en georganiseerde criminaliteit en cybercrime wordt geïntensiveerd. Daarnaast is veel aandacht nodig voor het voorkomen van crimineel gedrag. De reclassering en het jeugdwerk hebben daarbij een rol in de voorhoede. Daarin zal dan ook extra worden geïnvesteerd.

Een veilige samenleving is niet alleen een kwestie van duidelijke regels en goede handhaving. Een respectvolle omgang van mensen met elkaar en fatsoen in het maatschappelijk verkeer zijn onmisbaar voor een veilig klimaat.


1. Er komt een nieuw veiligheidsprogramma met als doelstelling 25% minder criminaliteit in 2008-2010 ten opzichte van 2003. Het functioneren van politie en OM wordt versterkt; er wordt optimaal gebruik gemaakt van nieuwe technologie om het ophelderingspercentage te verbeteren. Knelpunten worden weggenomen en er komen geen nieuwe belemmeringen, procedures of beperkingen. De hervormingen in het gevangeniswezen worden voortgezet gericht op differentiatie. Daarbij zal extra aandacht zijn voor het draagvlak voor arbeid–ook voor kortgestraften -, voor behandeling en voor (na-)zorg. De recidive wordt verder teruggebracht door herinvoering van voorwaardelijke invrijheidstelling en gerichte begeleiding en nazorg.
2. Veiligheid moet landelijk verzekerd en lokaal ingebed zijn; zij moet aanwezig zijn in wijk en buurt, in dorp en landelijke kern. De samenwerking en het gemeenschappelijk functioneren van politiekorpsen moeten worden verbeterd. Het wetsvoorstel tot versterking van rijksbevoegdheden wordt zo snel mogelijk ingevoerd. Er dient een geïntegreerd politie-informatiesysteem en ICT-netwerk te komen, evenals specialisatie tussen korpsen en gemeenschappelijk beleid voor materiaal en personeel, en beheer. De financiering van geïntegreerde en gemeenschappelijke taken kan centraal geschieden. De aanwijzingsbevoegdheid van de ministers van BZK en Justitie wordt vereenvoudigd. De behandeling van het wetsvoorstel tot invoering van een landelijke politieorganisatie wordt opgeschort. Indien met samenwerking onvoldoende voortgang en resultaat wordt behaald, wordt de behandeling, herijkt op basis van de dan ontstane situatie, voortgezet. Het kabinet beslist daar voor eind 2008 over.
3. Veiligheid begint bij preventie. De overheid dient burgers, jeugd, scholen, bedrijven, publieke diensten en instellingen aan te spreken op hun bijdrage daaraan. Wijkinitiatieven ter bestrijding van onveiligheid en vermindering van overlast worden ondersteund. Samen met scholen wordt gewerkt aan een klimaat van veiligheid. Preventie en het voorkomen van witwassen van 'criminele middelen' (BIBOB) vormen een onderdeel van het integraal veiligheidsbeleid van gemeenten. Recidive wordt