2. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor beleid, voor een evenredige en evenwichtige programmering en voor coördinatie van niet vrijblijvende samenwerking tussen en met de zelfstandige omroepen op de verschillende zenders. Voor de samenhang bij het programmeren vanuit de diverse platforms is het kijk- en luistergedrag van het publiek en de daaruit voortvloeiende netprofilering, en een evenwichtige verdeling van de zendtijd leidend. Omroepverenigingen blijven zelfstandige autonome organisaties die verantwoordelijk zijn voor de eigen programmainhoud met de daarbij behorende budgetten.
3. Nieuwe toetreders worden erkend en beoordeeld aan de hand van criteria als maatschappelijk draagvlak dat onder meer wordt uitgedrukt in ledental, bijdrage aan kwaliteit en duurzame externe pluriformiteit van de publieke omroep als geheel en het bereik onder relevante doelgroepen.
4. De zojuist verlengde erkenning van de huidige omroepverenigingen en de concessie voor de publieke omroep (met drie tv-zenders, vijf radiozenders en bijbehorende nieuwe media-activiteiten) blijven in stand. In 2010 zal de concessie voor een periode van vijf jaar worden verlengd.
5. Er wordt een financiële buffer gecreëerd om de publieke omroep minder afhankelijk te laten zijn van fluctuaties in reclame inkomsten.
6. Media-aanbieders en andere belangstellenden zullen worden gestimuleerd een gedragscode voor een veilig media-aanbod te hanteren. Er komt een media-educatie en expertisecentrum om kinderen en jongeren, hun ouders en scholen te ondersteunen in het leren omgaan met de veelheid van media-uitingen.
7. Het wetsvoorstel over de organisatie en uitvoering van de publieke mediaopdracht (Mediawet, 30571)wordt ingetrokken.
Volksgezondheid en zorg
In onderzoeken komt steeds weer naar voren dat mensen hun gezondheid het allerbelangrijkste vinden. Niemand wil ziek of hulpbehoevend zijn. Iedereen wil zekerheid dat er in geval van ziekte of ouderdom zorg beschikbaar is. Betaalbaar, toegankelijk en van hoge kwaliteit.
De afgelopen jaren heeft de zorgwereld een aantal grote veranderingen meegemaakt met name door de introductie van de nieuwe basisverzekering en het begin van de WMO. Van zowel burgers en patiënten als van de werknemers en professionals in de zorg heeft dat veel aanpassingsvermogen gevraagd. Daarom willen wij de komende jaren vooral investeren in draagvlak bij patiënten en professionals om samen te werken aan het bestrijden van onnodige bureaucratie, het vergroten van het plezier in werken in de zorg en de ontwikkeling richting 'best practices'.