Naar inhoud springen

Pagina:Coalitieakkoord-cda-pvda-cu.pdf/4

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
* Sociale samenhang omdat ieder mens telt en we iedereen nodig hebben.
* Veiligheid, stabiliteit en respect, omdat die de basis zijn voor vertrouwen tussen mensen.
* Een slagvaardige en verbindende overheid die een bondgenoot is voor burgers, en een dienstbare publieke sector.

Dit zijn de zes pijlers die het kabinetsbeleid dragen. Ze vragen om een concrete uitwerking en om een ambitieuze investeringsagenda voor de komende kabinetsperiode.

 

Dynamiek en zekerheid

Er is veel dat mensen hoop geeft, maar ook het nodige dat hen zorgelijk stemt of dat zij als een bedreiging ervaren. De tweede helft van de vorige eeuw was een periode van snelle groei en vooruitgang. Niet alleen de welvaart, ook de kwaliteit van leven nam enorm toe. Mensen leven langer, zijn gezonder, zijn hoger opgeleid en hebben meer te besteden dan ooit. Technologische vooruitgang heeft veel mensen een beter bestaan gegeven.

Tegelijkertijd vragen mensen zich af of die ontwikkeling zich zal voortzetten. Ze twijfelen of hun kinderen en kleinkinderen het beter zullen hebben dan zijzelf. Ook is duidelijk dat niet iedereen van de groei profiteert. Er zijn mensen die achterblijven, niet meedoen of kunnen meedoen in de maatschappij.

Het milieu staat onder druk, het klimaat verandert en natuurlijke hulpbronnen raken uitgeput. Al met al is het de vraag of ons welzijn net zo hard stijgt als onze welvaart.


Ook in de wereld om ons heen stuiten optimisme en zorgen op elkaar. De Europese Unie heeft ons vrede en welvaart gebracht. Maar blijft de gegroeide Unie voldoende vertrouwd en herkenbaar voor de burgers? In Azië maken veel landen een snelle economische ontwikkeling door. Maar op andere plaatsen heerst grote, hardnekkige armoede.

De samenleving staat onder druk door groeiende verscheidenheid, afnemende beleving van gemeenschappelijke waarden en normen, en de dreiging van terrorisme.


Dat alles draagt bij aan het gevoel dat het met ieder van ons individueel wel goed gaat, maar met 'ons samen' minder. Mensen hebben minder houvast gekregen aan vertrouwde patronen en verbanden. We kunnen veel meer dan vroeger, maar hebben minder greep op onze omgeving. Onze samenleving verandert snel, ook in samenstelling van de bevolking. Daardoor zijn velen zich minder thuis gaan voelen. Bij dit alles speelt ongetwijfeld een rol dat de verbanden die in de vorige eeuw burgers met elkaar verbonden, dat nu veel minder doen.

Denk – zonder uitputtend te willen zijn - aan de saamhorigheid en de lotsverbondenheid van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, solidariteit in de klassieke verzorgingsstaat, een rijk verenigingsleven, een publieke sector die vaak