Deze pagina is proefgelezen
2. Budgettaire doelstellingen
a. Uitgangspunt is een feitelijk overschot van 1,1 % in 2011, en een raming van de economische groei van 2%, waarbij gestreefd wordt ieder jaar het EMU-saldo te verbeteren ten opzichte van voorgaand jaar.
b. Daarnaast zal een zodanig beleid worden ingezet dat maatregelen ook na 2011 bijdragen aan het opvangen van de kosten van vergrijzing. Uitgangspunt is om op die wijze een derde van het zogenoemde houdbaarheidstekort op te vangen. In drie periodes, dat wil zeggen voor 2020, worden dan houdbare overheidsfinanciën bereikt.
3. Uitgavenkader Conform de huidige praktijk zullen (reële) uitgavenkaders worden opgesteld voor de rijksbegroting, sociale zekerheid en zorg. Rente-uitgaven zullen buiten de kaders worden gehouden omdat het kader hierdoor minder cyclisch wordt en omdat rentemeevallers dan automatisch aan de toekomstbestendigheid van de overheidsfinanciën bijdragen.
4. Lastenkader
a. Eveneens wordt een lastenkader opgesteld. Hier werken de automatische stabilisatoren.
b. Uitgangspunt voor het lastenkader is dat zowel burgers als bedrijven[1]
minimaal gevrijwaard blijven van per saldo[2] lastenverzwaringen (ten opzichte van het 'basispad').
c. Binnen de lasten vinden verschuivingen plaats met het oog op vergroening, inkomensontwikkeling en arbeidsparticipatie.
5. Mee- en tegenvallers
a. Meevallers onder het uitgavenkader mogen in principe worden aangewend voor andere uitgaven, rekening houdend met de aard van de meevallers (conjunctureel/structureel) en de aard van de aanwending (tijdelijk/structureel).
Tegenvallers in een kader, worden binnen dat kader opgevangen. Voor het uitgavenkader van de rijksbegroting gelden daarenboven de regels budgetdiscipline (noot: rente buiten kader, dus rente meevallers ten gunste van schuldreductie)
Tegenvallers in een kader, worden binnen dat kader opgevangen. Voor het uitgavenkader van de rijksbegroting gelden daarenboven de regels budgetdiscipline (noot: rente buiten kader, dus rente meevallers ten gunste van schuldreductie)
b. Aangescherpte signaalwaarde: Bij een tekort van 2% (de vorige kabinetsperiode was deze waarde -2 ½ %) van het feitelijk EMU-saldo worden de noodzakelijke maatregelen getroffen om een verdere verslechtering van de overheidsfinanciën te voorkomen.