Naar inhoud springen

Pagina:Conventies van Den Haag 1899 (Staatsblad 1900 no 163, p. 303-412).pdf/29

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

van geschillen tusschen de Staten, door rechters hunner keuze en op den grondslag van de eerbiediging van het recht.

Artikel 16.

In geschillen van rechtskundigen aard en in de eerste plaats in kwestiën van uitlegging of toepassing van internationale overeenkomsten, wordt de arbitrage door de onderteekend hebbende Mogendheden erkend als het meest afdoende en tevens het meest billijke middel om de geschillen te beslechten, die langs diplomatieken weg niet zijn opgelost.

Artikel 17.

De overeenkomst van arbitrage wordt aangegaan voor reeds bestaande of voor in de tookomst mogelijke geschillen. Zij kan alle geschillen betreffen, of uitsluitend de geschillen van eene bepaalde soort.

Artikel 18.

De overeenkomst van arbitrage sluit van zelf de verplichting in, om zich ter goeder trouw aan de arbitrale uitspraak te onderwerpen.

Artikel 19.

Afgescheiden van de algemeene of bijzondere verdragen, die thans de verplichting tot het inroepen van arbitrage voor de onderteekend hebbende Mogenheden inhouden, behouden deze Mogendheden zich voor, om hetzij vóór de bekrachtiging van het tegenwoordig verdrag, hetzij later, nieuwe, algenieene of bijzondere, overeenkomsten aan te gaan, ten einde de verplichte arbitrage uit te breiden tot alle gevallen, die zij zullen meenen daaraan te kunnen onderwerpen.

HOOFDSTUK II
Over het Permanente Hof van arbitrage.

Artikel 20.

Ter bevordering van het onmiddellijk gebruik maken van arbitrage bij internationale geschillen, die niet langs diplomatieken weg konden worden beslecht, verbinden de onderteekend hebbende Mogendheden zich, een Permanent Hof van arbitrage in te richten, dat ten allen tijde toegankelijk zal zijn en, he-