Die mededeeling zal geschieden in den vorm, en binnen de termijnen, door de Rechtbank krachtens art. 49 vastgesteld.
De debatten bestaan in de mondelinge uiteenzetting der middelen van Partijen voor de Rechtbank.
Artikel 40.
Ieder stuk, door eene der Partijen in het geding gebracht, moet aan de andere Partij worden medegedeeld.
Artikel 41.
De debatten worden door den Voorzitter geleid.
Zij zijn niet openbaar dan krachtens eene beslissing van de Rechtbank met toestemming van Partijen genomen.
Zij worden opgenomen in processen-verbaal, opgesteld door secretarissen, door den Voorzitter benoemd.
Deze processen-verbaal alleen hebben authentiek karakter.
Artikel 42.
Na sluiting der instructie heeft de Rechtbank de bevoegdheid van het debat uit te sluiten alle nieuwe stukken of bescheiden, die eene der Partijen haar zou willen voorleggen zonder toestemming der Tegenpartij.
Artikel 43.
De rechtbank behoudt de vrijheid, om acht te slaan op de nieuwe stukken of bescheiden, waarop de agenten of raadslieden der Partijen hare aandacht mochten vestigen.
In dat geval heeft de Rechtbank de bevoegdheid om de overlegging dier stukken en bescheiden te vorderen, behoudens de verplichting daarvan aan de Tegenpartij kennis te geven.
Artikel 44.
De Rechtbank kan bovendien van de agenten der Partijen overlegging van alle stukken vorderen, en alle noodige ophelderingen vragen. In geval van weigering neemt de Rechtbank daarvan akte.
Artikel 45.
De agenten en raadslieden van Partijen zijn bevoegd, mondeling aan de Rechtbank alle middelen voor te dragen, die zij nuttig oordeelen tot verdediging hunner zaak.
Artikel 46.
Zij hebben het recht excepties en incidenten op te werpen.