De beslissingen van de Rechtbank op die punten zijn onher roepelijk en kunnen tot geene verdere geschilvoering aanleiding geven.
Artikel 47.
De leden van de Rechtbank hebben de bevoegdheid aan de agenten en raadslieden van Partijen vragen te stellen, en hun over twijfelachtige punten ophelderingen te vragen.
De door de leden van de Rechtbank gedurende den loop der debatten gedane vragen of opmerkingen kunnen niet beschouwd worden als de uitdrukkingen der meeningen van de Rechtbank in het algemeen of van hare leden in het bijzonder.
Artikel 48.
De Rechtbank is gemachtigd zijne bevoegdheid te bepalen door uitlegging van het compromis, alsmede van de andere verdragen:die in de zaak kunnen worden ingeroepen en door toepassing der beginselen van het internationale recht.
Artikel 49.
De Rechtbank heeft de bevoegdheid reglementaire bepalingen vast te stellen voor de leiding van het geding, de vormen en termijnen te bepalen, waarm iedere Partij hare conclusien zal moeten nemen, en alle formaliteiten, door de bewijsvoering geëischt, in acht te doen nemen.
Artikel 50.
Wanneer de agenten en raadslieden van Partijen, tot staving hunner zaak, alle ophelderingen en bewijzen hebben te berde gebracht sluit de Voorzitter de debatten.
Artikel 51.
De beraadslagingen van de Rechtbank hebben plaats met gesloten deuren.
Iedere beslissing wordt genomen met meerderheid van de Stemmen van de Rechtbank.
De weigering van een lid om deel te nemen aan de stemming, moet in het proces-verbaal worden aangeteekend.
Artikel 52.
De arbitrale uitspraak, bij meerderheid van stemmen vastgesteld, wordt met redenen omkleed. Zij wordt schriftelijk opgesteld en