Naar inhoud springen

Pagina:Conventies van Den Haag 1899 (Staatsblad 1900 no 163, p. 303-412).pdf/38

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


Artikel 57.

Iedere Partij draagt hare eigene kosten en een gelijk aandeel in de kosten van de Rechtbank.

Algemeene bepalingen.

Artikel 58.

Het tegenwoordig Verdrag zal zoo spoedig mogelijk bekrachtigd worden.

De akten van bekrachtiging zullen te 's-Gravenhage nedergelegd worden.

Van het nederleggen van iedere akte van bekrachtiging zal een proces-verbaal worden opgemaakt, waarvan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift langs diplomatieken weg zal worden overgemaakt aan alle Mogendheden, die vertegenwoordigd zijn geweest op de Internationale Vredes-conferentie te 's-Gravenhage.

Artikel 59.

De niet onderteekend hebbende Mogendheden, die op de Internationale Vredes-conferentie vertegenwoord gd zijn geweest, zullen tot het tegenwoordig Verdrag kunnen toetreden. Zij zullen te dien einde hare toetreding moeten te kennen geven aan de contracteerende Mogendheden, door middel van eene schriftelijke kennisgeving, gericht tot de Nederlandsche Regeering en door deze aan alle andere contracteerende Mogendheden medegedeeld.

Artikel 60.

De voorwaarden, waaronder Mogendheden, die niet op de Internationale Vredes-conferentie vertegenwoordigd zijn geweest, tot het tegenwoordig Verdrag zullen kunnen toetreden, zullen het onderwerp uitmaken van eene nadere overeenkomst tusschen de contracteerende Mogendheden.

Artikel 61.

Mocht het gebeuren, dat eene der Hooge Contracteerende Partijen het tegenwoordig Verdrag opzegde, dan zou deze opzegging eerst van kracht worden één jaar na de schriftelijke kennisgeving tot de Nederlandsche Regeering gericht en door deze onmiddellijk aan alle andere contracteerende Mogendheden medegedeeld.

Die opzegging zal slechts van kracht zijn ten aanzien der Mogendheid, die daarvan kennis zal hebben gegeven.