Ter oirkonde waarvan de Gevolmachtigden het tegenwoordige Verdrag hebben onderteekend en van hunne zegels voorzien.
Gedaan te 's-Gravenhage, den negen en twintigsten Juli achttienhonderd negen en negentig, in een enkel exemplaar, hetwelk nedergelegd zal blijven in het archief der Nederlandsche Regeering en waarvan voor eensluidend gewaarmerkte afdrukken langs diplomatieken weg aan de contracteerende Mogendheden zullen worden overgemaakt.
[Zie de onderteekeningen onder den tekst van het Verdrag.]
REGLEMENT betreffende de wetten en gebruiken van den oorlog te land.
AFDEELING I.
Van de oorlogvoerenden.
HOOFDSTUK I.
Van dc hoedanigheid van oorlogvoerende.
Artikel 1.
De wetten, de rechten en de verplichtingen van den oorlog zijn niet alleen toepasselijk op het leger maar ook op de militièn en op de vrijwilligers-korpsen , die aan de volgende voorwaarden voldoen:
1°. aan hun hoofd te hebben een persoon, die verantwoordelijk is voor zijne ondergeschikten;
2°. een vast en op eenigen afstand herkenbaar onderscheidingsteeken te hebben;
3°. de wapenen openlijk te dragen ;
4°. zich in hunne handelingen te gedragen naar de wetten en gebruiken van den oorlog.
In de landen, waar het leger geheel of ten deele uit militiën of uit vrijwilligers-korpsen is samengesteld, zijn deze onder de benaming van leger begrepen.