Naar inhoud springen

Pagina:Conventies van Den Haag 1899 (Staatsblad 1900 no 163, p. 303-412).pdf/75

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

bedoeld, de bezetter in het bezette grondgebied andere heffingen in geld doet, zal dit slechts kunnen geschieden ter voorziening in de behoeften van het leger of van het bestuur van dat grondgebied.

Artikel 50.

Geenerlei gemeenschappelijke straf, in geld of van anderen aard, zal mogen worden uitgevaardigd tegen de bevolkingen op grond van persoonlijke handelingen, waarvoor zij in haar geheel niet als hoofdelijk aansprakelijk zouden kunnen worden beschouwd.

Artikel 51.

Geene heffing zal geschieden dan krachtens een schriftelijk bevel en onder verantwoordelijkheid van een bevelvoerenden generaal.

De heffing zal, voor zooveel mogelijk, geschieden naar de regels geldende voor de grondslagen en de verdeeling der bestaande belastingen.

Voor elke betaling zal een ontvangbewijs aan de belastingplichtigen worden uitgereikt.

Artikel 52.

Requisitiën in natura en persoonlijke diensten zullen van de gemeenten of van de bewoners niet kunnen worden geëischt dan ter voorziening in de behoeften van het bezettingsleger. Zij moeten in verhouding staan tot de hulpmiddelen van het land en van dien aard zijn, dat zij voor de bevolkingen niet de verplichting medebrengen om aan de krijgsverrichtingen tegen haar vaderland deel te nemen.

Deze requisitiën en deze diensten zullen slechts met machtiging van den bevelhebber in de bezette plaats worden gevorderd.

De leveringen in natura zullen, voor zooveel mogelijk, dadelijk worden betaald; kan dat niet geschieden, dan zullen zij door ontvangbewijzen gestaafd worden.

Artikel 53.

Het leger, dat een gebied bezet, zal slechts in bezit kunnen nemen het gereede geld, de fondsen en de invorderbare waarden, die aan den Staat toebehooren, de wapendepôts, vervoermiddelen, magazijnen en voorraden, en, in het algemeen, alle roerende eigendommen van den Staat, die van zoodanigen aard zijn, dat zij voor de krijgsverrichtingen kunnen dienen.

Het spoorwegmaterieel, de landtelegraphen en de telephonen,