VERTALING.
VERDRAG
nopens de opening der vijandelijkheden.
Zijne Majesteit de Duitsche Keizer, Koning van Pruisen;
- (Zie de namen der overige Staatshoofden in den tekst van het verdrag.)
Overwegende, dat het, voor de veiligheid der vreedzame betrekkingen, van belang is dat de vijandelijkheden niet beginnen zonder eene voorafgaande waarschuwing;
Dat het eveneens van belang is, dat de staat van oorlog onverwijld wordt bekend gemaakt aan de onzijdige Mogendheden;
Wenschende, met dat doel, een Verdrag te sluiten, hebben tot Hunne Gevolmachtigden benoemd, te weten:
(zie de namen der Gevolmachtigden in den tekst van het Verdrag.)
Die, na hunne in goeden en behoorlijken vorm bevonden volmachten te hebben nedergelegd, omtrent de volgende bepalingen zijn overeengekomen:
Artikel 1.
De verdragsluitende Mogendheden erkennen dat de vijandelijkheden tusschen haar niet moeten beginnen zonder voorafgaande en ondubbelzinnige waarschuwing die den vorm hetzij eener met redenen omkleede oorlogsverklaring, hetzij van een ultimatum met voorwaardelijke oorlogsverklaring moet hebben.
Artikel 2.
De staat van oorlog moet onverwijld aan de onzijdige Mogendheden worden bekend gemaakt en heeft te haren aanzien eerst gevolg na ontvangst eener kennisgeving, die zelfs langs