Naar inhoud springen

Pagina:Conventies van Den Haag 1907 (Staatsblad 1910 no 73).pdf/141

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Artikel 14.

Dadelijk bij den aanvang der vijandelijkheden, wordt in ieder der oorlogvoerende Staten en in de onzijdige landen, bijaldien deze oorlogvoerenden op hun gebied mochten hebben toegelaten, een Bureau van inlichtingen nopens de krijgsgevangenen ingesteld. Dit Bureau, belast met de beantwoording van alle navragen hen betreffende, ontvangt van de verschillende bevoegde takken van dienst alle aanwijzingen betreffende de interneeringen en verplaatsingen, de invrijheidstellingen op eerewoord, de uitwisselingen, de ontvluchtingen, de opnemingen in de hospitalen, de sterfgevallen, alsmede de andere inlichtingen noodig om voor elken krijgsgevangene eene individueele lijst in te richten en bij te houden. Het Bureau moet op die lijst het stamboeknummer, den naam en voornaam, den leeftijd, de plaats van herkomst, den rang, het troepencorps, de wonden, den datum en de plaats der gevangenneming, der interneeringen, der verwondingen en van het overlijden, alsmede alle bijzondere opmerkingen brengen. De individueele lijst wordt na het sluiten van den vrede in het bezit gesteld van de Regeering van den anderen oorlogvoerende.

Het Bureau van inlichtingen is mede belast met het bewaren, bijeenverzamelen en aan de belanghebbenden opzenden van alle voorwerpen van persoonlijk gebruik, geldswaarden, brieven enz., die op de slagvelden gevonden of door de op hun woord vrijgelaten, de uitgewisselde, de ontvluchte of de in de hospitalen en ambulances overleden krijgsgevangenen worden achtergelaten.

Artikel 15.

De vereenigingen tot het verstrekken van hulp aan de krijgsgevangenen, welke volgens de wet van hun land regelmatig zijn ingesteld en ten doel hebben de tusschenpersonen te zijn voor het weldadigheidsbetoon, ontvangen, binnen de perken door de militaire noodzakelijkheid en de administratieve regelen gesteld, van de oorlogvoerenden voor zich zelf en voor hunne behoorlijk gemachtigde agenten alle medewerking om hunne menschlievende taak doeltreffend te kunnen volbrengen. De afgevaardigden van die vereenigingen kunnen worden toegelaten tot het verstrekken van hulp in de depots van interneering, alsmede op de étappe-plaatsen der gevangenen, die naar hun vaderland terugkeeren, krachtens eene persoonlijke vergunning, afgegeven door de militaire overheid, en mits zij zich schriftelijk verbinden zich te onderwerpen aan alle maatregelen van orde en politie, welke deze mocht voorschrijven.