Naar inhoud springen

Pagina:Conventies van Den Haag 1907 (Staatsblad 1910 no 73).pdf/146

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

de parlementair van zijne zending gebruik maakt om zich inlichtingen te verschaffen. Hij heeft het recht, in geval van misbruik, den parlementair tijdelijk aan te houden.

Artikel 34.

De parlementair verliest zijn recht op onschendbaarheid, indien het stellig en onwederlegbaar bewezen is, dat hij van zijnen bevoorrechten toestand gebruik gemaakt heeft om eene daad van verraad uit te lokken of te plegen.

HOOFDSTUK IV.
Van de capitulatiën.

Artikel 35.

De capitulatiën, welke tusschen de verdragsluitende Partijen worden gesloten, moeten rekening houden met de regelen van de krijgseer.

Zijn zij eenmaal vastgesteld, dan moeten zij door beide Partijen nauwgezet worden nageleefd.

HOOFDSTUK V.
Van den wapenstilstand.

Artikel 36.

De wapenstilstand schorst de krijgsverrichtingen door eene wederkeerige overeenkomst tusschen de oorlogvoerende partijen. Indien de duur van den wapenstilstand niet bepaald is, kunnen de oorlogvoerende partijen ten allen tijde de krijgsvorrichtingen hervatten, mits de vijand, overeenkomstig de bepalingen van den wapenstilstand, binnen den afgesproken tijd vooruit gewaarschuwd zij.

Artikel 37.

De wapenstilstand kan algemeen of plaatselijk zijn. De eerste schorst de krijgsverrichtingen der oorlogvoerende Staten overal; de tweede slechts tusschen bepaalde gedeelten der oorlogvoerende legers en binnen een bepaalden kring.

Artikel 38.

De wapenstilstand moet officieel en tijdig aan de bevoegde overheden en aan de troepen worden bekend gemaakt. De vijandelijkheden worden onmiddellijk na de bekendmaking of op het bepaalde tijdstip geschorst.