Naar inhoud springen

Pagina:Conventies van Den Haag 1907 (Staatsblad 1910 no 73).pdf/174

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Bij den vrede worden de door de interneering veroorzaakte kosten vergoed.

Artikel 13.

De onzijdige Mogendheid, die ontvluchte krijgsgevangenen opneemt, laat hen vrij. Indien zij hun verblijf op haar grondgebied toelaat, kan zij hun een verblijfplaats aanwijzen.

Dezelfde bepaling is van toepassing op de krijgsgevangenen, die door troepen zijn medegevoerd, welke op het grondgebied der onzijdige Mogendheid hun toevlucht nemen.

Artikel 14.

Eene onzijdige Mogendheid kan den doortocht van gewonden en zieken, tot de oorlogvoerende legers behoorende, over haar gebied toestaan onder voorbehoud, dat de treinen, die hen aanbrengen, noch oorlogspersoneel, noch oorlogsmaterieel vervoeren. In zoodanig geval is de onzijdige Mogendheid verplicht de ter zake vereischte maatregelen van veiligheid en toezicht te nemen.

De gewonden en zieken, die onder deze voorwaarden door eenen der oorlogvoerenden op het onzijdige grondgebied zijn aangebracht en tot de tegenpartij mochten behooren, moeten door de onzijdige Mogendheid onder bewaring worden gesteld, zoodat zij niet opnieuw kunnen deelnemen aan de krijgsverrichtingen. Deze Mogendheid heeft dezelfde plichten ten aanzien van de gewonden of de zieken van het andere leger, die haar toevertrouwd mochten zijn.

Artikel 15.

Het Verdrag van Genève is toepasselijk op de zieken en gewonden, die op onzijdig grondgebied zijn geïnterneerd.

HOOFDSTUK III.
Van de onzijdige personen.

Artikel 16.

Als onzijdigen worden beschouwd de onderdanen van eenen staat, die geen deel neemt aan den oorlog.

Artikel 17.

Een onzijdige kan zich niet op zijne onzijdigheid beroepen: