a. indien hij vijandelijkheden tegen een oorlogvoerende pleegt;
b. indien hij daden pleegt in het belang van een oorlogvoerende, in het bijzonder indien hij vrijwillig dienst neemt in de gelederen der krijgsmacht van eene der Partijen.
In zoodanig geval wordt de onzijdige niet harder door den oorlogvoerende behandeld, tegenover wien hij de onzijdigheid niet in acht heeft genomen, dan, wegens hetzelfde feit, een onderdaan van den anderen oorlogvoerenden Staat zou kunnen worden behandeld.
Artikel 18.
Als daden in het belang van een der oorlogvoerenden in den zin van artikel 17, letter b, worden niet beschouwd:
a. de leveringen gedaan of de leeningen gegund aan een der oorlogvoerenden, mits degeen die levert of leent noch op het grondgebied van de andere Partij, noch op het door deze bezette grondgebied woont en de leverantiën niet van dat gebied afkomstig zijn;
b. de diensten in zaken van politie of burgerlijk bestuur bewezen.
HOOFDSTUK IV.
Van het spoorwegmaterieel.
Artikel 19.
Het spoorwegmaterieel dat afkomstig is van het grondgebied van onzijdige Mogendheden, hetzij het aan die Mogendheden of aan particuliere maatschappijen of personen toebehoort, en dat als zoodanig te herkennen is, kan door een oorlogvoerende slechts in die gevallen en in die mate worden gerequisitionneerd en gebruikt, waarin eene gebiedende noodzakelijkheid het eischt. Het wordt zoodra mogelijk naar het land van herkomst teruggezonden.
De onzijdige Mogendheid kan eveneens, in geval van noodzaak, in eene behoorlijke mate het materieel dat van he grondgebied van de oorlogvoerende Mogendheid afkomstig is, terughouden en gebruiken.
Eene vergoeding wordt over en weer betaald naar verhouding van de gebruikte hoeveelheid materieel en den duur van dat gebruik.