VERTALING.
VERDRAG
nopens den rechtstoestand der vijandelijke handelsvaartuigen bij den aanvang der vijandelijkheden.
Zijne Majesteit de Duitsche Keizer, Koning van Pruisen;........(Zie de namen der overige Staatshoofden in den tekst van het verdrag.);
Verlangende de veiligheid van den internationalen handel tegen de verrassingen van den oorlog te waarborgen en wenschende, overeenkomstig de tegenwoordige praktijk, de vóór den aanvang der vijandelijkheden te goeder trouw aangevangen en in uitvoering zijnde handelsoperaties zooveel mogelijk te beschermen;
Hebben besloten met dat doel een Verdrag te sluiten en hebben tot Hunne Gevolmachtigden benoemd, te weten:
- (zie de namen der Gevolmachtigden in den tekst van het Verdrag.)
Die, na hunne in goeden en behoorlijken vorm bevonden volmachten te hebben nedergelegd, omtrent de volgende bepalingen zijn overeengekomen.
Artikel 1.
Indien een handelsvaartuig behoorende tot eene der oorlogeronde Mogendheden, zich, bij den aanvang der vijandelijkheden, in eene vijandige haven bevindt, is het wenschelijk, dat aan dat vaartuig vergund worde vrij te vertrekken, oamiddellijk of na eene voldoende goedgunstig aan dat vaartuig gelaten tijdsruimte, en zich rechtstreeks, na van een bewijs van vrije doorvaart te zijn voorzien, naar zijne bestemmingshaven of eene andere haven, die hem wordt aangewezen, te begeven.