Naar inhoud springen

Pagina:Conventies van Den Haag 1907 (Staatsblad 1910 no 73).pdf/218

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

woordelijkheid is geplaatst van de Mogendheid welker vlag het voert.

Artikel 2.

De in oorlogsschepen veranderde handelsvaartuigen moeten de uiterlijke kenteekenen van oorlogsschepen hunner nationaliteit dragen, ob angon

Artikel 3.

De commandant moet in Staatsdienst zijn en behoorlijk voorzien zijn van eene aanstelling der bevoegde overheden. Zijn naam moet voorkomen op de lijst der officieren der militaire marine.

Artikel 4.

De bemanning moet onderworpen zijn aan de regelen der krijgstucht.

Artikel 5.

Elk in oorlogsschip veranderd handelsvaartuig is gehouden in zijne operaties de wetten en gebruiken van den oorlog in acht te nemen.

Artikel 6.

De oorlogvoerende, die een handelsvaartuig in oorlogsschip verandert, moet die verandering zoo spoedig mogelijk op de lijst der schepen harer militaire marine vermelden.

Artikel 7.

De bepalingen van dit Verdrag zijn slechts toepasselijk tusschen de verdragsluitende Mogendheden en alleen indien de oorlogvoerenden alle partijen zijn bij het Verdrag.

Artikel 8.

Dit Verdrag zal zoo spoedig mogelijk worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging zullen te 's Gravenhage worden nedergelegd.

De eerste nederlegging van akten van bekrachtiging zal geconstateerd worden door een proces-verbaal, geteekend door de vertegenwoordigers der Mogendheden, die er aan deelnemen en door den Nederlandschen Minister van Buitenlandsche Zaken.