sen, tenzij zij zoodanig vervaardigd zijn, dat zij uiterlijk een uur nadat hij, die ze geplaatst heeft, er het toezicht op verloren heeft, ongevaarlijk worden;
2º. verankerde zelfwerkende contact-mijnen te plaatsen, die niet ongevaarlijk worden zoodra ze losgeraakt zijn;
3º. torpedo's te gebruiken, die niet ongevaarlijk worden, wanneer ze hun doel hebben gemist.
Artikel 2.
Het is verboden zelfwerkende contact-mijnen te plaatsen voor de kusten of havens van den tegenstander met het uitsluitend doel de koopvaardij te onderscheppen.
Artikel 3.
Bij gebruik van verankerde zelfwerkende contact-mijnen moeten alle mogelijke voorzorgsmaatregelen genomen worden voor de veiligheid der vreedzame scheepvaart.
De oorlogvoerenden verbinden zich om, voor zoover zulks mogelijk is, er in te voorzien dat de mijnen na beperkten tijd ongevaarlijk worden en om, in geval zij niet langer worden bewaakt, de gevaarlijke streken, zoodra de eischen van den krijg het toelaten, aan te wijzen door eene kennisgeving aan de scheepvaart, welke tevens, langs den diplomatieken weg, aan de Regeeringen moet worden medegedeeld.
Artikel 4.
Iedere onzijdige Mogendheid, die zelfwerkende contactmijnen voor hare kusten plaatst, moet dezelfde regelen in acht nemen en dezelfde voorzorgsmaatregelen nemen als aan de oorlogvoerenden zijn voorgeschreven.
De onzijdige Mogendheid moet, door een voorafgaande kennisgeving, aan de scheepvaart de streken doen kennen, waar zelfwerkende contact-mijnen zullen worden verankerd. Deze kennisgeving moet onverwijld langs den diplomatieken weg aan de Regeeringen worden medegedeeld.
Artikel 5.
De verdragsluitende Mogendheden verbinden zich om, bij het einde van den oorlog, alles te doen wat in hare macht is ten einde, ieder voor zich, de mijnen op te ruimen, die zij geplaatst hebben.
Van verankerde zelfwerkende contact-mijnen, door een der