Naar inhoud springen

Pagina:Conventies van Den Haag 1907 (Staatsblad 1910 no 73).pdf/240

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

oorlogvoerenden langs de kusten van den ander geplaatst, wordt de plaatsing aan de andere partij kenbaar gemaakt door de Mogendheid, die ze geplaatst heeft en iedere Mogendheid moet in den kortst mogelijken tijd de opruiming der mijnen, die zich in hare wateren bevinden, bewerkstelligen.

Artikel 6.

De verdragsluitende Mogendheden, die nog niet beschikken over zoodanige volmaakte mijnen als in dit Verdrag zijn voorzien en die zich bijgevolg op dit oogenblik niet kunnen gedragen naar de regelen, in de artikelen 1 en 3 vastgesteld, verbinden zich om, zoodra mogelijk, haar mijnenmateriaal te veranderen, opdat het aan bovenvermelde voorschriften beantwoorde.

Artikel 7.

De bepalingen van dit Verdrag zijn slechts toepasselijk tusschen de verdragsluitende Mogendheden en alleen indien de oorlogvoerenden alle partijen zijn bij het Verdrag.

Artikel 8.

Dit Verdrag zal zoo spoedig mogelijk worden bekrachtigd.

De akten van bekrachtiging zullen te 's Gravenhage worden nedergelegd.

De eerste nederlegging van akten van bekrachtiging zal geconstateerd worden door een proces-verbaal, geteekend door de vertegenwoordigers der Mogendheden, die er aan deelnemen en door den Nederlandschen Minister van Buitenlandsche Zaken.

De latere nederleggingen van akten van bekrachtiging zullen plaats hebben door middel van eene geschreven kennisgeving, gericht aan de Nederlandsche Regeering en vergezeld van het instrument van bekrachtiging.

Een voor eensluidend verklaarde afdruk van het procesverbaal betrekkelijk de eerste nederlegging van akten van bekrachtiging, van de in het voorgaande lid vermelde kennisgevingen, alsmede van de instrumenten van bekrachtiging, zal door de zorgen der Nederlandsche Regeering en langs diplomatieken weg onmiddellijk worden overgemaakt aan de Mogendheden, uitgenoodigd tot de Tweede Vredesconferentie, alsmede aan de andere Mogendheden, die tot het Verdrag zullen zijn toegetreden. In de gevallen in het voorgaande lid bedoeld, zal genoemde Regeering haar tegelijkertijd doen