Naar inhoud springen

Pagina:Conventies van Den Haag 1907 (Staatsblad 1910 no 73).pdf/261

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

VERTALING.

VERDRAG
nopens het bombardement door eene scheepsmacht in tijd van oorlog.



Zijne Majesteit de Duitsche Keizer, Koning van Pruisen;........(Zie de namen der overige Staatshoofden in den tekst van het verdrag.);


Bezield met het verlangen den door de Eerste Vredesconferentie met betrekking tot het bombardement door eene scheepsmacht van niet verdedigde havens, steden en dorpen uitgesproken wensch te verwezenlijken; Overwegende dat het van belang is de bombardementen door eene scheepsmacht aan algemeene bepalingen te onderwerpen, die de rechten der inwoners waarborgen en het behoud der voornaamste gebouwen te verzekeren, door de beginselen van het Reglement van 1899 op de wetten en gebruiken van den oorlog te land binnen de perken van het mogelijke tot deze krijgsoperatie uit te breiden;

Aldus geleid door den wensch de belangen der menschheid te dienen en de hardheden en rampen van den oorlog te verminderen;

Hebben besloten met dat doel een Verdrag te sluiten en hebben dientengevolge tot Hunne Gevolmachtigden benoemd, te weten:

(zie de namen der Gevolmachtigden in den tekst van het Verdrag.;)

Die, na hunne in goeden en behoorlijken vorm bevonden volmachten te hebben nedergelegd, omtrent de volgende bepalingen zijn overeengekomen.