Deze ziekeninrichtingen en haar materieel blijven aan de oorlogswetten onderworpen, maar kunnen niet tot een ander doel worden bestemd, zoolang zij voor de gewonden en zieken noodig zijn.
Evenwel heeft de commandant, die haar in zijne macht heeft, de bevoegdheid er over te beschikken, in geval zulks voor een gewichtig militair belang noodzakelijk is, mits hij van te voren de gewonden en zieken, die zich daarin bevinden, in veiligheid stelt.
Artikel 8.
De bescherming aan de hospitaalschepen en aan de ziekeninrichtingen der oorlogsschepen verschuldigd, houdt op als men er van gebruik maakt tot het verrichten van voor den vijand nadeelige handelingen.
Als rechtmatige reden om die bescherming niet verder te verleenen wordt niet beschouwd het feit, dat het personeel dier hospitaalschepen en ziekeninrichtingen voor de handhaving der orde en tot verdediging der gewonden en zieken gewapend is, evenmin als het feit dat zich aan boord een toestel voor radiotelegrafie bevindt.
Artikel 9.
De oorlogvoerenden kunnen een beroep doen op de menschlievendheid der gezagvoerders van onzijdige handelsvaartuigen, jachten of sloepen, om gewonden of zieken aan boord te nemen en te verzorgen.
De vaartuigen, die aan dat beroep gehoor geven, evenals die welke uit eigen beweging gewonden, zieken of schipbreukelingen aan boord nemen, genieten eene bijzondere bescherming en zekere vrijstellingen. In geen geval kunnen zij wegens het feit van dit vervoer worden prijsgemaakt; maar, behoudens de hun gedane beloften, blijven zij blootgesteld aan prijsmaking wegens eenigerlei schending der onzijdigheid, waaraan zij zich schuldig gemaakt mochten hebben.
Artikel 10.
Het geestelijk, geneeskundig en hospitaal-personeel van ieder prijsgemaakt schip is onschendbaar en kan niet krijgsgevangen gemaakt worden. Bij het verlaten van het schip neemt dit personeel de voorwerpen en heelkundige instrumenten, welke zijn bijzonder eigendom zijn, mede.
Dat personeel gaat voort zijne functiën waar te nemen zoo-