moeten voorzien in de regeling der bijzonderheden betreffende de uitvoering der voorgaande artikelen, evenals de niet voorziene gevallen regelen, volgens de voorschriften hunner respectieve Regeeringen en overeenkomstig de algemeene beginselen van dit Verdrag.
Artikel 20.
De onderteekenende Mogendheden treffen de noodige maatregelen om hare zeemachten en in het bijzonder het beschermde personeel, met de bepalingen van dit Verdrag bekend te maken en ze onder de aandacht der bevolking te brengen.
Artikel 21.
De onderteekenende Mogendheden verbinden zich eveneens om in geval van onvoldoendheid van hare strafwetten, de noodige maatregelen te nemen of aan hare wetgevende lichamen voor te stellen, om in tijd van oorlog de individueele daden van plundering en slechte behandeling van gewonden en zieken, tot de zeemachten behoorende, tegen te gaan, alsook om als ongeoorloofd gebruik van militaire waardigheidsteekenen te straffen het misbruik maken door vaartuigen niet beschermd door dit Verdrag van de onderscheidingsteekenen in artikel 5 aangewezen.
Zij deelen elkander, door tusschenkomst van de Nederlandsche Regeering, de bepalingen tegen deze feiten mede, uiterlijk binnen 5 jaar na de bekrachtiging van dit Verdrag.
Artikel 22.
In geval van krijgsverrichtingen tusschen land- en zeemacht der oorlogvoerenden, zijn de bepalingen van dit Verdrag slechts toepasselijk op de ingescheepte krijgsmacht.
Artikel 23.
Dit Verdrag zal zoo spoedig mogelijk worden bekrachtigd.
De akten van bekrachtiging zullen te 's Gravenhage worden nedergelegd.
De eerste nederlegging van akten van bekrachtiging zal geconstateerd worden door een proces-verbaal, geteekend door de vertegenwoordigers der Mogendheden die er aan deelnemen en door den Nederlandschen Minister van Buitenlandsehe Zaken.
De latere nederleggingen van akten van bekrachtiging zul-