Naar inhoud springen

Pagina:Conventies van Den Haag 1907 (Staatsblad 1910 no 73).pdf/296

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

len plaats hebben door middel van eene geschreven kennisgeving, gericht aan de Nederlandsche Regeering en vergezeld van het instrument van bekrachtiging.

Een voor eensluidend verklaarde afdruk van het procesverbaal betrekkelijk de eerste nederlegging van akten van bekrachtiging, van de in het voorgaande lid vermelde kennisgevingen, alsmede van de instrumenten van bekrachtiging, zal door de zorgen der Nederlandsche Regeering en langs diplomatieken weg onmiddellijk worden overgemaakt aan de Mogendheden, uitgenoodigd tot de Tweede Vredesconferentie, alsmede aan de andere Mogendheden, die tot het Verdrag zullen zijn toegetreden. In de gevallen in het voorgaande lid bedoeld, zal genoemde Regeering Haar tegelijkertijd doen, weten den datum, waarop Zij de kennisgeving ontvangen heeft.

Artikel 24.

De niet onderteekenende Mogendheden, die het Verdrag van Genève van 6 Juli 1906 hebben aangenomen, zijn bevoegd tot dit Verdrag toe te treden.

De Mogendheid, die wenscht toe te treden, geeft van hare bedoeling schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Regeering, onder overmaking der akte van toetreding, die in de archieven van genoemde Regeering wordt nedergelegd.

Deze Regeering doet onmiddellijk aan alle andere Mogendheden een voor eensluidend verklaarden afdruk toekomen van de kennisgeving, alsmede van de akte van toetreding, daarbij aangevende den datum, waarop Zij de kennisgeving heeft ontvangen.

Artikel 25.

Dit Verdrag vervangt, zoodra het behoorlijk bekrachtigd is, het Verdrag van den 29sten Juli 1899 nopens de toepassing op den zeeoorlog der beginselen van het Verdrag van Genève ten aanzien der betrekkingen tusschen de verdragsluitende Mogendheden.

Het Verdrag van 1899 blijft van kracht ten aanzien der betrekkingen tusschen de Mogendheden, die het geteekend hebben en die niet eveneens dit Verdrag bekrachtigen.

Artikel 26.

Dit Verdrag treedt voor de Mogendheden, die aan de eerste nederlegging van akten van bekrachtiging hebben deelgenomen, zestig dagen na de dagteekening van het proces-ver-