Naar inhoud springen

Pagina:Conventies van Den Haag 1907 (Staatsblad 1910 no 73).pdf/297

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

baal dezer nederlegging in werking en voor de Mogendheden, die later de akten van bekrachtiging nederleggen of toetre- den, zestig dagen nadat de kennisgeving der nederlegging van hare akten van bekrachtiging of van hare toetreding door de Nederlandsche Regeering is ontvangen.

Artikel 27.

Indien het gebeurde, dat eene der verdragsluitende Mo- gendheden dit Verdrag mocht willen opzeggen, wordt deze opzegging schriftelijk ter kennis gebracht van de Nederland- sche Regeering, die onmiddellijk een voor eensluidend ver- klaarden afdruk der kennisgeving doet toekomen aan alle andere Mogendheden en haar daarbij doet weten den datum, waarop Zij haar ontvangen heeft.

De opzegging heeft slechts gevolg ten opzichte der Mogend- heid, die er van kennis heeft gegeven en één jaar nadat de kennisgeving er van de Nederlandsche Regeering heeft be- reikt.

Artikel 28.

Een register, gehouden door het Nederlandsche Ministerie van Buitenlandsche Zaken, wijst aan den datum der neder- legging van de akten van bekrachtiging, geschied ingevolge artikel 23, lid 3 en 4, alsmede den datum, waarop de kennis- gevingen van toetreding (artikel 24, lid 2) of van opzegging (artikel 27, lid 1) zijn ontvangen.

Iedere verdragsluitende Mogendheid is bevoegd kennis te nemen van dit register en er voor eensluidend verklaarde uittreksels uit te vragen.


Ten blijke waarvan de Gevolmachtigden dit Verdrag van hunne onderteekeningen hebben voorzien.


Gedaan te 's Gravenhage, den achttienden October een duizend negen honderd en zeven, in enkelvoudig exemplaar, dat nedergelegd blijft in de archieven der Nederlandsche Regeering en waarvan voor eensluidend verklaarde afdruk- ken langs diplomatieken weg worden overgemaakt aan de Mogendheden, die tot de Tweede Vredesconferentie zijn uit- genoodigd geworden.

(Zie de onderteekeningen onder den tekst van het Verdrag.)