Naar inhoud springen

Pagina:Conventies van Den Haag 1907 (Staatsblad 1910 no 73).pdf/347

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

voorzien dan om hunnen normalen voorraad in vredestijd aan te vullen.

Ook kunnen die schepen slechts zooveel brandstof innemen als noodig is om de naaste haven van hun eigen land te bereiken. Zij kunnen overigens zooveel brandstof innemen als noodig is om de eigenlijk gezegde bunkers te vullen, wanneer zij zich in onzijdige landen bevinden, die deze wijze van bepaling der te leveren brandstof hebben aangenomen.

Indien, volgens de wet der onzijdige Mogendheid, de schepen eerst 24 uur na hunne aankomst kolen ontvangen, wordt de wettelijke duur van hun verblijf met 24 uren verlengd.

Artikel 20.

De oorlogsschepen van oorlogvoerenden, die brandstof hebben ingenomen in eene haven eener onzijdige Mogendheid, kunnen zich eerst drie maanden later weder in eene haven van dezelfde Mogendheid van voorraad voorzien.

Artikel 21.

Eene prijs kan in eene onzijdige haven alleen worden binnengebracht wegens onzeewaardigheid, slechte gesteldheid der zee, gebrek aan brandstof of aan levensmiddelen.

Zij moet weder vertrekken, zoodra de oorzaak die het binnenloopen heeft gerechtvaardigd is vervallen.

Indien zij zulks niet doet, moet de onzijdige Mogendheid haar het bevel kenbaar maken om te vertrekken; in geval zij daaraan geen gevolg mocht geven, moet de onzijdige Mogendheid de middelen aanwenden, waarover zij beschikt, om haar met hare officieren en hare bemanning vrij te laten en de bemanning, door den prijsmaker aan boord geplaatst, te interneeren.

Artikel 22.

Ook moet de onzijdige Mogendheid de prijs vrijlaten, die binnengebracht mocht zijn onder andere omstandigheden dan die, voorzien in art. 21.

Artikel 23.

Eene onzijdige Mogendheid kan den toegang tot hare havens en reeden toestaan aan al of niet begeleide prijzen, wanneer zij er worden binnengebracht om onder sequestratie gelaten te worden in afwachting der beslissing van het prijs-