13. de verklaring nopens het verbod om projectielen en ontplof bare stoffen uit ballons te werpen, door:
de Vereenigde Staten van Amerika, China, Groot-Bri- tannië, Nederland, Balivia, Salvador, Haïti.
De akten van bekrachtiging van bovengenoemde Mogend-
heden zijn op 27 November 1909 te 's Gravenhage nedergelegd, met uitzondering van de akten van bekrachtiging van Haïti, die op 2 Februari 1910 aldaar zijn ontvangen en nedergelegd.
De door Duitschland, de Vereenigde Staten van Amerika, Groot-Britannië en Rusland bij de onderteekening der verdragen gemaakte yoorbehouden, te weten: door Duitschland nopens de onder 4, 6, 8, 9 en 12 genoemde verdragen, door de Vereenigde Staten van Amerika nopens het onder 1, door Groot-Britannië nopens de onder 8 en 9, door Rusland nopens de onder 4 en 6 genoemde verdragen, zijn in de akten van bekrachtiging dier Mogendheden uitdrukkelijk gehandhaafd.
De door China bij de onderteekening van het onder 10 en door Salvador bij de onderteekening van het onder 2 genoemde verdrag gemaakte voorbehouden zijn vermeld in de bij de akten van bekrachtiging dier beide Staten gevoegde teksten van die verdragen, zoodat bedoelde voorbehouden eveneens als gehandhaafd kunnen worden beschouwd.
Het door Oostenrijk-Hongarije bij de onderteekening van het onder 4 vermelde verdrag gemaakte voorbehoud is in het van de nederlegging der akten van bekrachtiging van dat verdrag opgemaakt proces-verbaal herhaald.
De Vereenigde Staten van Amerika hebben bovendien in de akten van bekrachtiging der onder 1 en 2 genoemde ver- dragen een nieuw voorbehoud doen opnemen.
Het op eerstgemeld verdrag betrekking hebbend nieuw voorbehoud luidt als volgt:
". . . . . that the United States approves this convention with the understanding that
Vertaling:". . . . . dat de
Vereenigde Staten dit verdrag
met dien verstande goedkeuren,