Naar inhoud springen

Pagina:Conventies van Den Haag 1907 (Staatsblad 1910 no 73).pdf/56

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Artikel 49.

De Permanente Raad van Beheer, samengesteld uit de te 's Gravenhage geaccrediteerde diplomatieke vertegenwoordigers der verdragsluitende Mogendheden en den Nederlandschen Minister van Buitenlandsche Zaken, die het voorzitterschap bekleedt, heeft het beheer van en het toezicht op het Internationale Bureau.

Die Raad stelt zijn reglement van orde, alsmede alle andere noodige reglementen vast.

Hij beslist alle administratieve vragen, die zouden kunnen ontstaan aangaande de werking van het Hof.

Hij heeft de uitsluitende beslissing omtrent de benoeming, de schorsing of het ontslag der ambtenaren of beambten van het Bureau.

Hij stelt de traktementen en bezoldigingen vast en houdt toezicht op de algemeene uitgaven.

De tegenwoordigheid van negen leden in de behoorlijk opgeroepen vergaderingen is voldoende voor den Raad om geldige beslissingen te kunnen nemen. De beslissingen worden met meerderheid van stemmen genomen.

De Raad deelt de door hem vastgestelde reglementen onverwijld mede aan de verdragsluitende Mogendheden. Hij doet haur ieder jaar een verslag toekomen over de werkzaamheden van het Hof, over den gang van den administratieven dienst en over de uitgaven. Het verslag bevat eveneens een overzicht van den zakelijken inhoud der bescheiden, door de Mogendheden ingevolge artikel 43, lid 3 en 4, aan het Bureau medegedeeld.

Artikel 50.

De kosten van het Bureau worden gedragen door de verdragsluitende Mogendheden in de verhouding, vastgesteld voor het Internationale Bureau der Algemeene Postvereeniging.

De kosten komende ten laste der toetredende Mogendheden, worden gerekend van den dag, waarop hare toetreding gevolg heeft.

HOOFDSTUK III.
Van de arbitrale rechtspleging.

Artikel 51.

Ten einde de ontwikkeling der arbitrage te bevorderen, hebben de verdragsluitende Mogendheden de volgende regelen