Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/101

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

om de klucht naar de Vismarkt, en vraagde naar Both, dien men hem voorts beschikte. Dog by den uitslag (wanneer hy aan de Vischverkoopster vraagde hoe lang de zelve wel levendig konde gehouden worden, en of de zelve wel tot Amsterdam gezonden kon worden aan zyn Vrouw, die vast het water daar toe over gehangen had) bleek ligt dat zulks maar enkele spotterny was, zoo dat de Vischwyven daar om welhartelyk lachten, en elkander toeriepen: Ziet hier een zotten Hollander, die hier een zoô Both koopen wil om tot Amsterdam te zenden.

Deze reisbroeders gingen dan dagelyks in de Kerken en Kloosters om de beruchte penceelkonst van Rubbens, van van Dyk, Jordaans en anderen te beschouwen, verzuimende ondertusschen ook niet, onderzoek te doen, en de proef te nemen van den besten drank, die in de Drinkwinkels te bekomen was, 't welk eindelyk hun geld deed minderen. Naar Amsterdam om een Wissel te schryven scheen hun wel 't gereedste middel; maar zy bedagten met een, dat zy daar niet breed by staan zouden, en dat het ligt op een schraal reisgeld, en om de vragten in 't wederkeeren naar huis daar mede te betalen, zoude uitdrajen. Goede raad was dier. Zy hadden inmiddels gezien, dat die op de Vrydaagse Markt wat te koop bragt straks gereed geld daar voor kreeg. Dus namen zy besluit van 't Penceel tot hun hulp te nemen, kogten verf, penceelen, en elk een doekje, en voor het klein overschot huurde van Pee een Beedelaar om voor hem te sitten, de Nys ook eenige doode Vogeltjes op de Markt om die naar 't leven af te schilderen. Dit voornemen ging met iever aan. Sjabloon:S kreeg zyn