Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen (1753) vol 3.pdf/106

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

heb ik 'er Beesjes van gezien die fraai en natuurlyk geteekent waren.

Hy was een Haarlemmer, en heeft zig meest in die Stad onthouden. Hy verplaatste zig naderhand wel naar Engeland, maar de fortuin was hem daar niet geheel gunstig. Dus kwam hy weder naar zyne geboortestad afzakken, daar hy redelyk wel voor zyn Konst betaald werd. Hy was een wel gemaakt man, en van wezen een tweede Adonis, wel bespraakt, en altyd lustig en vrolyk, waar door hy by elk een bemint, en in alle gezelschappen welkom was. Hy zelf was daar toe geneigt, zoo dat, als hy geld ontfangen had van een stukje Schildery, hy het zelve geruster harte, op eene reis konde verteren: zeggende, men moet niet zorgen voor den morgen. Waarom ook zyne goede vrienden (wanneer hy gestorven was) genootdrukt waren, in alle Herbergen, daar hy gewoon was te verkeren, opzamelingen van penningen te doen, om hem ter aarde te brengen.


GASPER (anders Casparus) NETSCHER, wiens waarde Beeltenis zig in de Plaat P. 31, doet zien, is geboren te Heydelberg, in 't jaar 1639. Zyn vader Johannes Netscher, oorspronkelyk uit de Stad Stuetgaert (van waar de zelve door de zware oorlogen en hongersnood, genootzaakt is geweest de vlugt te nemen tot Heydelberg) was een Steene beeldhouder. Hy trouwde met Elizabet Vetter, Dochter van een Borgermeester te Heydelberg, tegens den zin van haar vader en grootvader, waar door zy in ongunst van de zelve geraakte. De moeder, de vader gestorven zynde, belast met vier kinderen, dry zonen (waar van CASPER de jongste was) en een dochter, werd daarenboven gedrongen door den overlast der krygslieden, ne-